Fijnstof

Als overlevende van de totaalstoframp van de 50er en 60er jaren van de vorige eeuw die Roergebied heette, ben ik ervaringsdeskundige op stofgebied. Mijn oma nam destijds drie keer per dag de witte raamkozijnen af die drie keer per dag zwart waren van de fijn- tot grofstof. De stoep voor ons huis was in die tijd nog niet geplaveid maar bestond uit aangestampt gruis van “Koks”, overgebleven van de staalproductie. Als we buiten gingen spelen, kregen we de vermaning mee: “Mach’ dich nicht dreckig!” Maar het was gewoonweg onmogelijk om buiten te spelen en niet op Pig-Pen van de Peanuts te lijken.

Een keer je neus snuiten en je zakdoek was zwart. Roken was niet nodig om zwarte longen te krijgen, maar als je al rookte moest het wel zonder filter zijn, liefst Roth Händle of Reval, want anders was het verschil met gewoon ademhalen te gering. Met al dat grofstof in je long kon je tenminste gelijk briketten ophoesten, was het zwartgallige idee. Hoezo fijnstof? Mijnwerkers overleden soms ver vóór het bereiken van hun pensioen al aan stoflongen van de steenstof.

In mijn militaire diensttijd kon ik op prachtige oefenterreinen in de Lüneburger Heide frisse lucht inademen – tot de 600pk dieselmotoren van de tanks werden gestart en/of de schietoefeningen begonnen. Dat was dan weer afzien. Maar sinds de verplichte invoering van de katalysator in benzinemotoren en andere maatregelen tegen de bossterfte is de lucht voor mijn gevoel wel 100 keer schoner geworden.

Houtkachels en houtvuur worden nu als grootste vervuiler in Nederland aangemerkt en staan daarmee al enige tijd in een kwade reuk. Merkwaardig genoeg wekt juist de geur van houtvuur bij velen ook een oer gevoel van thuis, van gezelligheid en geborgenheid op. Ik ken mensen die in een hightech geïsoleerd huis met warmtepomp en zonnepanelen en zonder gasaansluiting zeer verantwoord wonen en in de winter niets liever doen dan op een Drents kampeerterrein dagenlang vuurtje te stoken om hun kostje in een Dutch oven te garen. Na afloop ruiken ze nog 10 dagen in de wind naar 18de-eeuws plaggenhutbewoers.

Anderhalf jaar geleden stond ik op een camping langs een prachtig Belgisch riviertje waar zowat uitsluitend liefhebbers van houtvuurtjes (afdeling nat hout) waren neergestreken. Reuze gezellig maar zelfs ik vond het niet te harden. Kennelijk was het wel essentieel voor een goed vakantiegevoel van al die fanatieke stokers.

Maar nu geldt volgens deskundigen al code stof in huis als ik met de strijkbout over mijn broeken en T-shirts ga. Huh? Waar hebben we het over? Een goed gestookt houtvuurtje en een strijkbout stellen niets voor. Pak liever containerschepen/cruiseschepen/olietankers en het vliegverkeer aan in plaats van burgers een schuldgevoel aan te praten als ze hun goed gaan strijken!

Overigens vind ik “fijnstof” een woord dat best wel gedistingeerd klinkt. Dat kan toch bijna niet schadelijk zijn … maar zijn wij dan weer gemaakt van sterrenstof (hoewel sommigen beweren dat wij van klei zouden zijn gemaakt, maar wie gelooft dat?)! En tegen sterrenstof verbleekt zelfs de allerfijnste fijnstof, of niet dan?

Stoffelijk zijn wij hoe dan ook en tot stof zullen wij vergaan … wat een stoffig verhaal al bij al! Effe uitwaaien! En dat beveel ik jou ook aan, lieve lezer, nu.

9 gedachten over “Fijnstof

  1. Margriet Welling

    Leuk je blogs weer te lezen! De tuinvogeltelling leverde hier ook aardig wat op, maar geen goudhaantjes noch bruinkopjes. Daarvoor zou de boel dus naar de noordkant moeten verkassen, begrijp ik, maar dan kan ik ze niet meer zien. We hadden hier wel kibbelende vinken, en een roodborstje dat de vinken wegjoeg. Het winterkoninkje komt pas als de anderen vertrokken zijn, en huist in het houthok. En dat leidt dan naar het thema fijnstof. Dat is wel toegenomen inderdaad. Elke week betrap ik weer een laagje fijnstof in het bad, terwijl onze twee labradors en de golden retriever toch niet boven komen. En er is ook geen open haard in de badkamer. Het is de vraag of een stookverbod zal helpen. Er komt al geregeld zand uit de Sahara aanwaaien hier. En mijn ervaringen in huizen in Scheiden en in Bayonville hebben me geleerd dat in nabije landen soms helemaal geen andere verwarming is dan een houtkachel. De fijnstof daarvan zal dus ook wel bij ons landen. Mooie foto’s, ga zo door.

    1. Helmut Bericht auteur

      He Margriet, wat ben je enorm veranderd!
      Wat ik hier in huis in het licht van de laag staande winterzon telkens weer aan stof zie liggen, beschouw ik niet als fijnstof. Daar heb ik andere woorden voor. Maar ik hou me in. Tijd dat de zon weer wat hoger gaat staan.

  2. Hans

    Je verhaal over fijnstof is een aardige weerspiegeling van jou verleden maar tegelijkertijd schets je ook hoe de ontwikkelingen daarna zijn gegaan op dat gebied.
    Als aanvulling op de reactie van Adelbert. Wij hebben een huis uit 1939. Dat is structureel stoffig en dwingt ons minimaal 2 tot 3 keer in de week te stofzuigen. Maar ach, we wonen er met veel plezier, nu al bijna 20 jaar!

  3. Hans

    Hoi Helmut,
    Ik heb je blogs gelezen en met heel veel plezier. Je blog over het goudhaantje vond ik wel een goed beschreven observatie met de nodige humor.
    Je bent overigens een goed schrijver!

  4. Adelbert

    In de tijd dat ik als jongetje wel eens in Übach over Worms logeerde, maakte ik kennis met het zangerige Limburgse accent waar zo’n mooi Duits floers omheen ligt. Oom Pierre werkte in de mijn en had altijd een ‘sjich’, de vroege of de late. Tante Mia nam regelmatig de raamkozijnen af, die volgens haar bedekt waren met ‘schlam’, op z’n Duits uitgesproken met een enigszins lange a. Die schlam kwam van de mijnen. Er werd eigenlijk niet over gemopperd in mijn herinnering, het goedje wás er gewoon. Ik heb nooit de indruk gekregen dat oom en tante er gebukt onder gingen, maar het eerder namen voor wat het was: een element uit de realiteit. Niemand heeft mij ooit gezegd dat het ongezond was, dat je er vroegtijdig door dood ging. Dat had, vind ik achteraf iets onbekommerds. Zij zullen wel geweten hebben dat een en ander niet goed was voor hun gezondheid, maar ze maakten er zich niet druk over (toegegeven, in de waarneming van een jongetje).

    De actuele bekommernis om de gevaren van fijnstof, van het fietsen zonder helm (Duitse bangigheid), van de E-nummers op de verpakkingen (Nederlandse bangigheid), van de lage rente (Europese bangigheid), de vroege lentes (algemene bangigheid), het lijkt me geen actuele bekommernis , maar een universele. Elke tijd zal wel zijn eigen fijnstof, gevaarlijke vervoermiddelen et cetera et cetera hebben. Wie er bang voor is moppert er een leven lang over, ik ben meer van het schouderophalen.

    Het stof uit de film ‘Wat zien ik?’ met Albert Mol, dat was geen fijnstof, maar geil stof en dus fijn stof.

  5. Alex van de Kerkhof

    Het toeval wil dat ik gisteren een Swiffer Duster Staubmagnet Kit heb gekocht om eindelijk eens de boekenkast af te stoffen. Het is onbegonnen werk, dat afstoffen, althans, ik had er na een kwartiertje al schoon genoeg van. Leefde mijn moeder nog maar, die hield wel van afstoffen, althans, dat vermoed ik, want ze was daar toch minstens één volle dag in de week mee bezig. Ik laat het nu maar zo. Tot ik natuurlijk de titels niet meer kan lezen of een blijvend verdacht kuchje krijg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.