Categoriearchief: Geen categorie

Klimboom

En wat voor een klimboom. “Mijn” oude klimboom! Een spar uit duizenden!

Het is nu zo’n 57 jaar geleden dat ik er voor het eerst in klom. Mijn oma kreeg zowat een beroerte toen ik naar haar riep en zwaaide. Zij zat op een bank langs de helling aan de ene kant van het dal. Ik zat op gelijke hoogte met haar maar dan minstens 15 meter hoog in “mijn” klimboom die al sinds mensenheugenis met zijn wortels in de Waldbach onder in het dal stond. Wat moet je als jongen van 11 anders op vakantie in het Sauerland dan vanuit onverwachte verstopplekken iedereen zich het leplazarus laten schrikken? De klim in de spar was een vast succesnummer vooral ook omdat er niets moeilijks aan was. Haar dikke stam kwam halverwege weg en beek met een bocht uit de grond (zie foto onder).

Met een klein aanloopje kon je zo met je hand bij de onderste tak komen. En van daar ging een ware wenteltrap van takken omhoog tot in de top. Je kon je overal vastgrijpen. Eruit vallen was met zo veel takken onmogelijk.
Sindsdien krijg ik om de paar jaar de onbedwingbare behoefte om mij ervan te vergewissen dat zij er nog staat, dat alles in het dal nog in orde is, misschien zelfs dat alles wat elders in de wereld gebeurt er eigenlijk niet toe doet. Bij één van mijn vorige bezoeken constateerde ik dat twee van haar grootste takken zo ver naar buiten waren gegroeid dat ze met de punten parallel aan de stam recht omhoog verder groeiden – net of het geen takken, maar aparte sparren waren. Natuurlijk gaat dat ten koste van haar slanke sparrenfiguur. Mijn klimboom is dan ook een spar met buik. Het is bijna of zij zwanger is van nog een spar.

Het lijkt hier maar of zij minder groot is dan de sparren achter haar in het bos omdat het bos op de berghelling staat! We kijken recht op haar “buik”.

Ik was er (ook door corona) lang niet meer geweest. Op de Google stellietfoto was zij nog wel te zien. Maar dat zegt niet alles.

In het midden van de foto boven de Waldbach. Links haar “buik”.

Toen ik er kwam, leek het dal veranderd. De bomen langs de Waldbach waren flink gegroeid. Vanuit een bocht in het dal kon ik haar nog niet gelijk zien. Maar even later stak haar top midden in het dal majestueus boven alle andere bomen uit.

Wat een boom!

Zij is daar op eigen kracht gegroeid – van zaailing tot reus. En niemand zal het in zijn hoofd halen haar te kappen. Zij is een gezonde trotse boom die respect afdwingt. En dat is een heel verschil met haar soortgenoten die zich in particuliere productiebossen hutje mutje grotendeels tak- en naaldloos naast elkaar naar het licht verdringen en niet opgewassen zijn tegen de minste of geringste bedreiging zoals kevers of stormen. En net als in de intensieve veehouderij worden thans ook tal van bossen “geruimd” omdat ze door de letterzetter worden bedreigd. Hele bergtoppen en hellingen worden beschadigd door zware machines die het landschap kaal snijden en diepe sporen in de grond achter laten. Het wandelgebied wordt voor de toerist praktisch onbegaanbaar. En als het dan een keer extreem hard regent, zoals nu, loopt het water ongehinderd over de kale hellingen en door de voertuigsporen het dal in met alle gevolgen van dien.
De prijs voor hout is dramatisch gezakt. Geruimde sparren brengen nog maar een tiende op van wat de “Festmeter” een paar jaar geleden nog heeft gekost (stand juli 2021). Wat ik bij mijn bezoek gekapt heb zien liggen kost nog maar €9 de meter. In Duitsland is er door corona ook geen verwerkingscapaciteit meer omdat de werknemers in de zagerijen uit Polen en Roemenië niet meer inzetbaar zijn. Er is gewoon helemaal geen vraag meer naar. Het hout gaat dus per schip naar China. En het zou me niet verbazen als IKEA in China er meubels van laat maken die straks weer in o.a. het filiaal in Duiven worden aangeboden. En zo wordt er toch nog “winst” op gemaakt. Krankzinnig, maar waar.

Het moeten ruimen tegen zo’n lage prijs is een strop voor de boseigenaren. Of zij de aanplant van nieuwe bossen kunnen of willen bekostigen, is nog maar de vraag. Nieuwe aanplant moet worden beschermd tegen wild en onkruid. Dat is kostbaar. En als nieuwe aanplant achterwege blijft, is er een (kleine) kans dat de natuur haar gang kan gaan, dat zaailingen, wild en onkruid het onderling uitmaken voor wie er plek is en dat er over 300 of 400 jaar een prachtig oerwoud staat met gezonde reuzen zoals mijn prachtige klimboom. Maar ik ben bang dat er altijd weer een of ander figuur zal zijn die het om welke reden dan ook – en mogelijk zelfs met de beste bedoelingen – opnieuw verkloot.

P.S.: Manfred stuurde deze link naar een artikel over de kaalslag.

JMJ-acties

In het prille begin van mijn kennismaking met de ingewikkelde Nederlandse cultuur werd ik door de zus van mijn vriendin benaderd om geld te geven voor een “JMJ-actie”. Zij kwam aanzetten met een A4tje waarvan je een klein beschreven stukje af mocht scheuren als bewijs dat je voor de actie had gedoneerd. Wat een JMJ-actie zou kunnen zijn was voor mij een volstrekt raadsel omdat ik ook de katholieke achtergrond miste. JMJ staat eigenlijk voor de zusters van Jesus, Maria en Josef die met hun goede werken kennelijk boven elke twijfel verheven geacht moesten worden (toen nog wel!). Een goed doel pur sang dus. In dit geval school echter iets anders onder het label. Mijn schoonzusje in spe (en inmiddels al lang ex) kreeg zakgeld en kleedgeld, moest een nieuwe winterjas hebben maar vond het zonde om daar haar kleedgeld in te steken. Dat was al lang uitgegeven of zij wilde er liever “leuke” kleren van kopen. JMJ stond voor Jas (voor) Mij (van) Jouw. Niet doneren voor zo’n goed doel in deze setting was geen optie.

Tegenwoordig heb ik twee super activistische kleinzonen. Met hun kleren zit het wel snor. Maar met de rest van de wereld niet. Zij stellen zich met ongekend veel idealisme in dienst van acties van het WWF en de redding van de aarde in het algemeen. Zij hebben al tot twee keer toe de tv gehaald met hun aanpak. Zo jong ze ook zijn, het zijn als het ware senior “rangers” van het WWF. Ze hebben al verschillende soorten van het wisse uitsterven getracht te redden door zelf gemaakte tekeningen te verkopen, viool te spelen, etc. etc. Nooit en te nimmer lieve lezer zou ik erover hebben gepiekerd je met een dergelijke actie lastig te vallen, ware het niet dat het deze keer om iets echt waanzinnig groots gaat: de walvis moet worden gered! Hij en andere zeedieren worden door plastic bedreigd. En voor deze actie wordt werkelijk alles uit de kast gehaald. Het begint met de tekeningen. Van deze zelf gemaakte tekeningen zijn kaartjes gemaakt die huis aan huis worden verkocht voor € 2 per stuk.

De narwal van Seppe is al indrukwekkend in zijn soort.

Met mijn totale “dyslexie” op het gebied van tekenen kan ik deze tekening van Tijn alleen bewonderen.

Ook worden er aan de hand van foto’s of zittende modellen op afspraak karikaturen gemaakt. Zie onder waartoe dat bijvoorbeeld in mijn geval kan leiden. (Karikaturen zijn wat duurder!)

Huis aan huis worden statiegeldflessen opgehaald, er wordt zelfs zwerfvuil op straat verzameld om o.a. aan statiegeldflessen te komen, en en en…

Daarnaast kun je deze jonge top-rangers ook geheel belangeloos helpen door online te doneren op hun actie-pagina (https://rangers.wwf.nl/rangeractie/plasticjagers/actie/de3potvissen)

Deze actie wordt samen met vriend Joris uitgevoerd. De drie noemen zich “de drie potvissen”. En over de totstandkoming van hun actie is er een heuse strip vervaardigd, waarvan hier een fragment met de kern van het verhaal:

Donateurs die de tekeningen graag digitaal in hoge resolutie willen ontvangen, ben ik gaarne van dienst. Want opa Helmut doet uiteraard ook mee 😉
Niet meedoen is ook in deze setting voor mij geen optie.

En het blijft maar doorgaan met weer een nieuwe tekening van Tijn …

Summertime

Ter inspiratie een klein fotoblog van onze kat Iza …

Ik heb nog geprobeerd om Iza een verloren ei van de koolmezen te laten uitbroeden bij wijze van “een een soort van” #Wiedergutmachung #excuus of zo, maar dat verstoort de rust te veel.

En als de kater van de buren op bezoek komt is het met de rust helemaal gedaan. Dan doe je toch geen oog meer dicht! 😉

Erbse

Mijn oude vriendin uit onze gemeenschappelijke zandbaktijd in de Heimat ging laatst op bezoek bij haar dochter en de “Erbse” (dat is hun voorlopige aanduiding voor het nog ongeborene). Wij allen verkeerden ooit in die staat van “erwt”. In de beginjaren vijftig van de vorige eeuw was het nog volstrekt onmogelijk om vóór de geboorte ook maar iets meer over de hoedanigheid van de erwt te weten te komen. Pas na de geboorte kon ik bijvoorbeeld met de kennis van toen worden aangeduid als “jongen” en ambtelijk van het geslacht “m” worden voorzien. En dat baseerde men destijds in alle onwetendheid uitsluitend op wat men tussen mijn benen zag! En dan moest de erwt natuurlijk ook nog een naam hebben en dat werd in die tijd eigenlijk vanzelfsprekend ook een “jongens”naam. Men wist gewoon niet beter, en ik neem ook niemand iets kwalijk.

De puberteit was al moeilijk zat want ik verkeerde bijna uitsluitend in het gezelschap van voormalige erwten van dezelfde administratieve indeling. De erwten met een administratieve v gingen naar een school die best ver weg was. Was ik nou homo omdat ik bijna uitsluitend omging met mijn soort erwten of hetero omdat ik bijzonder nieuwsgierig was naar de v-erwten? Dat was best wel een relevante vraag!

Afgezien van wat mijn ouders nooit te weten zijn gekomen, heb ik verder gewoon maar geprobeerd om te voldoen aan de verwachtingen die mijn omgeving van mij had of waarvan ik dacht dat mijn omgeving die had. Die verwachtingen waren soms ook niet niks. Dus denk maar niet dat dat per definitie de gemakkelijkste weg was. Maar ook ik wist niet beter en heb min of meer opportunistisch en soms zelfs vol overgave het hetero-pad ingeslagen.

Verwarrend was dat er zo nu en dan telkens weer mannen probeerden mij van dat pad af te brengen met als hoogtepunt vrij recentelijk nog een Roemeense geestelijke die mij met hemzelf in de echt wilde verbinden en daardoor te laat bij een bruiloft kwam. En of dat niet genoeg was (dit kwam mij ter ore), hielden sommige vrouwelijke collega’s mij voor een leernicht, terwijl ik gewoon motor reed en leren broeken mooi winddicht en warm zijn en ook regen tegenhouden. Bovendien vind ik leer lekker aanvoelen.

En dit soort problematiek valt natuurlijk helemaal in het niet vergeleken bij de meer existentiële vraagstukken over het zijn “an sich”, de kwestie of individualiteit überhaupt bestaat, hoe het ik zich verhoudt tot het wij en of wat ik gemakshalve aanduid als “ik” niet in wezen een kwantum-effect is.

Met geen haar op mijn hoofd heb ik mij tot nog toe echter afgevraagd of ik “binair” dan wel “non-binair” zou kunnen zijn. En die vraag dringt zich nu toch sterk op. Steeds meer belangrijke persoonlijkheden die ik niet kende, presenteren zich publiekelijk vol trots als non-binair.

Ik wil nu – ook gezien mijn leeftijd – niet meer in de val trappen om mij als binair dan wel non-binair te positioneren. Om alle toekomstige ontwikkelingen vóór te zijn verzoek ik eenieder mij voortaan als non-alles te bejegenen en bij elke nieuwe ontmoeting geheel in de geest van de kwantumtheorie op basis van observatie mijn dan actuele toestand zelf te bepalen. Ik ben dus in zekere zin non-b/n-bLHBTIQAPC++** of eigenlijk nog het liefst “erwt” tot ik anders word waargenomen (waarbij de waarneming geheel voor eigen rekening is!).

Energievragen

Weet jij wat energiezuiniger is: tv-kijken via de kabel, satelliet of via terrestrische antenne? Alles wat via kabel of glasvezel gaat, moet immers via energie-slurpende datacenter, denk ik. En wat via de lucht komt … Dus misschien doen we het helemaal fout nu? Maar ik weet het niet. Tv-toestellen zijn in elk geval een stuk zuiniger geworden. Met een oud buizentoestel zou je een modern geïsoleerd huis waarschijnlijk lekker warm kunnen stoken (als je maar blijft kijken).

En wat was er ook alweer mis met onze oude gloeilampen? Ze produceerden meer warmte dan licht. En daar gaat het natuurlijk niet om. Maar als je licht nodig hebt, in de wintermaanden, moeit je toch ook stoken! Dan schelen gloeilampen mijns inziens mooi in de stookkosten!?

Lieve lezer, je ziet het al, ik snap er niets van. En tot overmaat van ramp willen ze onze wijk tot 2030 op een warmtenet aansluiten en aardgasvrij maken, bij wijze van experiment of zo. De warmte moet uit het Zwanenwater komen en de elektriciteit voor de warmtepompen van een panelenpark langs de Molsweg. Als je maar genoeg warmte aan het Zwanenwater onttrekt, zou je er zelfs in zachte winters op kunnen schaatsen, denk ik dan. En dat is natuurlijk hartstikke vet leuk. Maar hoeveel energie kun je nog uit een dichtgevroren Zwanenwater halen als de winter wat langer duurt? En hoe ga je die warmte met behulp van pompen opwaarderen als er sneeuw op het panelenpark langs de Molsweg ligt? Ik zie me op mijn 80ste al in drie dekens gehuld dicht tegen de houtkachel gezeten een illegaal nood-vuurtje stoken.

Met dat beeld voor ogen heb ik onze oude cv-ketel nu maar gewoon laten vervangen door een nieuwe, de beste koop van de consumentenbond. De aanvoertemperatuur had ik vanwege meer rendement uit het gas afgelopen winter op de oude ketel al terug gezet op 55 graden. En zolang het geen 10 graden vriest, krijgen we het huis daarmee warm. Dus desnoods zou ik ook een warmtepomp kunnen nemen. Maar dat doe ik niet! Want als het dan over 10 of 12 jaar in de winter flink mis gaat en er geen stroom meer is om datacenter te laten draaien, al die elektrische auto’s op te laden en warmtepompen alle Zwanenwaters energieleeg te laten zuigen … moet je eens kijken hoe gezellig het dan hier in huis wordt omdat wij het nog warm hebben op gas. En hoe meer mensen, hoe meer warmte! – Ja, laat me toch gewoon lekker dromen. Ik weet heus wel dat de cv-ketel ook stroom nodig heeft. Maar daar verzin ik nog wat op!

En dat die klote-marktwerking alles oplost: vergeet het maar! Eerst wordt de gasprijs politiek flink verhoogd om iedereen van het gas af en aan de stroom te krijgen. Maar moet je dan eens zien wat er met de stroomprijs gebeurt als er sneeuw op de panelen ligt en de windmolens stil staan. En dan ben je klant van een warmtenet-aanbieder, een monopolist, waar afgedankte politici hoog gedoteerd in de Raad van Commissarissen zitten en de aandeelhouders vette winst opstrijken terwijl ze op het subtropische Groenland vakantie houden.

Ik kan alleen maar zeggen: zorg voor voldoende hout en warme dekens! En om ondertussen het verschil te maken: hoe ver kun jij met de aanvoertemperatuur zakken zonder in te boeten op comfort?

Wegwijzers

Op één van mijn fietstochten ben ik drie keer door het centrum van Lelystad (!) gekomen. En dat terwijl ik bebouwde kom haat en hooguit als noodzakelijk kwaad op weg naar het volgende groen zie. Ineens stond ik onverhoeds weer op een punt dat me verdacht bekend voorkwam. En in de herhaling zag ik aan de hand van de kaart waar het fout was gegaan. In de buurt van een middelbare school had iemand een bord omgedraaid. “LEUK!” En daar was ik dus de weg bijster geraakt. Ik hoop nog steeds dat het een soort sociaal experiment betrof waar ook een werkstuk uit is voortgekomen – voor een cijfer!

Tussen Huissen en Bemmel is lang aan de weg gewerkt. Daar stond een bord 30 km/h (later 50 km/h). Als je daar daadwerkelijk 30 of 50 km/h ging rijden, werd je ronkend ingehaald door toeterende medeweggebruikers die je met kwaaie kop en gebaren voor gek verklaarden. En ze hebben een punt, want hoe vaak staat er niet zo’n bord terwijl er helemaal niet aan de weg wordt gewerkt. En hoe vaak zijn ze niet vergeten zo’n bord weer mee te nemen als ze al lang klaar zijn met de klus.

Andere koek is als je erop wordt gewezen dat de traject controle op de Pleijweg (A325) nog buiten werking is. Je mag dan hopen dat dat ook klopt! Maar aangezien er een waarschuwing kwam dat die op een gegeven moment wel wekte, zal dat ook wel zo geweest zijn. Maar hoe relevant zijn dit soort aanwijzingen eigenlijk? Je mag er hoe dan ook maximaal 80 km/h rijden.

De Huissensedijk bij ons achter is ook een prachtig voorbeeld van bewegwijzering. Het is een lekker stukje dijk om over te wandelen of over te fietsen, een geliefde Corona-boulevard dezer dagen, eenbaans en ongeschikt voor autoverkeer. Aan het begin staat een bord doodlopende weg behalve voor fietsers.

Dat klopt van geen meter! Maar dat is kennelijk de Arnhemse zienswijze. Want wil  je de dijk verder volgen richting Gelredome dan staat er soms wel en soms niet een rode paal midden op de weg. Maar je hoeft de dijk helemaal niet te blijven volgen. Als je bij boerderij Holthuizen links afslaat, en daarmee als het ware van de rand van de Arnhemse denkschijf afkukelt, rij je probleemloos via de Parkdreef Huissen en Loovelden in. Eigenlijk een sluiproute dus, en niks doodlopend.

De Huissense zienswijze is rigide. Wil je met de auto of motor vanuit Huissen de dijk op dan mag dat gewoon niet. Dit bord staat waar de Huissense wereld eindigt. Vanuit Arnhem mag je er dus doorheen rijden, vanuit Huissen niet. De gebeten hond is in dit geval de aanwonende op Holthuizerdijk nr. 16 voor wie geen uitzondering wordt gemaakt. (Niet dat die zich daar wat van aantrekt….)

De boven ons gestelden proberen ons aldus naar vermogen de weg te wijzen, maar hebben lang niet altijd de wijsheid in pacht. Er zit veelal niets anders op: we moeten ons zelf wegwijs maken! En weinig volkeren op de wereld lijken daar zo bedreven in als wij eigenwijze Nederlanders. Zou dat te maken kunnen hebben met onze ervaringen met de autoriteiten?

Fijnstof

Als overlevende van de totaalstoframp van de 50er en 60er jaren van de vorige eeuw die Roergebied heette, ben ik ervaringsdeskundige op stofgebied. Mijn oma nam destijds drie keer per dag de witte raamkozijnen af die drie keer per dag zwart waren van de fijn- tot grofstof. De stoep voor ons huis was in die tijd nog niet geplaveid maar bestond uit aangestampt gruis van “Koks”, overgebleven van de staalproductie. Als we buiten gingen spelen, kregen we de vermaning mee: “Mach’ dich nicht dreckig!” Maar het was gewoonweg onmogelijk om buiten te spelen en niet op Pig-Pen van de Peanuts te lijken.

Een keer je neus snuiten en je zakdoek was zwart. Roken was niet nodig om zwarte longen te krijgen, maar als je al rookte moest het wel zonder filter zijn, liefst Roth Händle of Reval, want anders was het verschil met gewoon ademhalen te gering. Met al dat grofstof in je long kon je tenminste gelijk briketten ophoesten, was het zwartgallige idee. Hoezo fijnstof? Mijnwerkers overleden soms ver vóór het bereiken van hun pensioen al aan stoflongen van de steenstof.

In mijn militaire diensttijd kon ik op prachtige oefenterreinen in de Lüneburger Heide frisse lucht inademen – tot de 600pk dieselmotoren van de tanks werden gestart en/of de schietoefeningen begonnen. Dat was dan weer afzien. Maar sinds de verplichte invoering van de katalysator in benzinemotoren en andere maatregelen tegen de bossterfte is de lucht voor mijn gevoel wel 100 keer schoner geworden.

Houtkachels en houtvuur worden nu als grootste vervuiler in Nederland aangemerkt en staan daarmee al enige tijd in een kwade reuk. Merkwaardig genoeg wekt juist de geur van houtvuur bij velen ook een oer gevoel van thuis, van gezelligheid en geborgenheid op. Ik ken mensen die in een hightech geïsoleerd huis met warmtepomp en zonnepanelen en zonder gasaansluiting zeer verantwoord wonen en in de winter niets liever doen dan op een Drents kampeerterrein dagenlang vuurtje te stoken om hun kostje in een Dutch oven te garen. Na afloop ruiken ze nog 10 dagen in de wind naar 18de-eeuws plaggenhutbewoers.

Anderhalf jaar geleden stond ik op een camping langs een prachtig Belgisch riviertje waar zowat uitsluitend liefhebbers van houtvuurtjes (afdeling nat hout) waren neergestreken. Reuze gezellig maar zelfs ik vond het niet te harden. Kennelijk was het wel essentieel voor een goed vakantiegevoel van al die fanatieke stokers.

Maar nu geldt volgens deskundigen al code stof in huis als ik met de strijkbout over mijn broeken en T-shirts ga. Huh? Waar hebben we het over? Een goed gestookt houtvuurtje en een strijkbout stellen niets voor. Pak liever containerschepen/cruiseschepen/olietankers en het vliegverkeer aan in plaats van burgers een schuldgevoel aan te praten als ze hun goed gaan strijken!

Overigens vind ik “fijnstof” een woord dat best wel gedistingeerd klinkt. Dat kan toch bijna niet schadelijk zijn … maar zijn wij dan weer gemaakt van sterrenstof (hoewel sommigen beweren dat wij van klei zouden zijn gemaakt, maar wie gelooft dat?)! En tegen sterrenstof verbleekt zelfs de allerfijnste fijnstof, of niet dan?

Stoffelijk zijn wij hoe dan ook en tot stof zullen wij vergaan … wat een stoffig verhaal al bij al! Effe uitwaaien! En dat beveel ik jou ook aan, lieve lezer, nu.

Pikorde

(Dit is een vervolg op “Niet normaal“)
Bruinkopje zat er gistermiddag wat mottig bij. Ze kon het gezellige gefladder rond voederplek 1 toch niet zo goed uitstaan. Dus was ze tussen boom 1 en boom 2 heen en weer gaan flitsen om “al haar” voer te verdedigen tegen het gulzige mezengebroed. Maar zo veel hebberigheid levert stress op. En voor je het weet krijg je dan een hongerklop omdat je in de drukte vergeet om zelf op tijd een hap te pikken. Dan nog de vorst waardoor je nergens even een goed bad kunt nemen! Logisch dat je op een gegeven moment met een soort coronakapsel in de boom het leven zit te overdenken.

Niet dat de andere vogels elkaar niet ook verdringen. Als de specht, een Vlaamse gaai of een ekster komen aanvliegen, doet de rest al gauw een stapje terug. De goudhaan en de roodborst zitten alleen in daluren op de vetcilinder, de koolmezen gaan voor de pimpelmezen en als de staartmezen met zijn achten tegelijk komen is er ook even geen ruimte voor andere schnabbelaars. Maar dat wisselt elkaar allemaal lekker af, duurt nooit lang en laat gelegenheid voor anderen. De hebberigheid van trutje bruinkop is uitzonderlijk.

Nu met de dooi zit ze er weer wat beter verzorgd bij. Ze pikt regelmatig een insect uit het vet, veegt dan aan een tak links en rechts haar snavel schoon, kijk misprijzend naar een stel koolmezen boven haar maar gedraagt zich wat rustiger. Misschien heeft ze haar lesje geleerd. En straks wordt het weer donker en dan komt aan de drukte toch een eind want al onze kostgangers gaan met de kippen op stok.

De cast:

De houtduif
De tortelduif
De merel
De koolmees
De pimpelmees
De staartmees
De roodborst
Het goudhaantje
En last but not least onze hoofpersoon: Bruinkopje (ze kijkt nog wel een beetje chagrijnig!)

Niet normaal

Eind vorig jaar zag ik ineens een mooie, piepkleine vogel in onze tuin, prachtige oogopmaak en een oranje streepje over zijn kop – een goudhaantje. Die had ik nooit eerder gezien. Hij is nu heel de winter al te gast en kwam ook keurig tijdens de nationale tuinvogeltelling in show. Het lijkt of hij de plaats heeft ingenomen van de twee boomkruipers van vorig jaar, waarvan één (en ik jok niet!) zich nog maar één keer heeft laten zien en wel precies tijdens de … jawel: de nationale tuinvogeltelling.

Dat goudhaantje wilde ik natuurlijk wel op de foto hebben. Maar met een voederplek op het Noorden in de schaduw van het huis valt dat niet mee. Hij zit nooit stil, is eigenlijk te klein om op scherp te stellen en zit meestal achter twijgen die je dan wel scherp krijgt maar de goudhaan dus niet. Van alle pogingen tot foto’s durf ik alleen deze (uitsluitend als bewijsstuk) en nog wel met enige schroom te laten zien.

Goudhaantjes schijnen normaal niet solitair te zijn. Maar ja, “normaal” had ik ze nog nooit gezien. Alleen schijnt dit jaar niks normaal te zijn, zelfs het “nieuwe normaal” niet. Toch was ik nog behoorlijk verrast toen ik op mijn vaste rondje over de heide langs het bosrand ineens een hele zwik goudhaantjes kon volgen… dankzij de abnormale sneeuw. Ik weet zeker dat ik ze zonder sneeuw tegen de donkere bosgrond nooit zou hebben gespot.

Maar terug naar onze tuin. Het goudhaantje komt natuurlijk op onze voederplek af, net als al die andere kostgangers. En wat de mezen, de specht, de zwartkop (kan zo’n naam nog wel?) en het goudhaantje uit de vetbollen op de grond lieten vallen werd mooi opgepikt door vinken, de roodborst, de merel, de tortels en de houtduif. Alles was min of meer pais en vree en we waren ook bijzonder blij dat er een zwartkop bij was, of eigenlijk een bruinkop want het is een vrouwtje.

Alleen heeft mevrouw bruinkop het ineens in haar bol gekregen en denkt dat de hele voederopstelling voor haar alleen is. De specht en de merel laten zich niet verjagen. Maar de rest komt de hele week al niet meer aan de bak. Bruinkopje zit in de schijnbeuk boven het voer als een bok op de haverkist. “Doe normaal” zeggen helpt niet.

Er zat niets anders op, we hebben een tweede cilinder vet met insecten in de tweede boom een paar meter verderop gehangen. Daar zit bruinkopje nu lekker in haar eentje te handhaven terwijl alle anderen zich in boom 1 als vanouds lekker om de beurt tegoed doen aan al het lekkers dat er is.

Eigen verklaring Avondklok

Ik kon bijna niet geloven wat ik zag toen ik in ons plaatselijk sufferdje het formulier “Eigen verklaring Avondklok” afgedrukt zag staan. Ik had tot dat moment ook nog geen flauw benul van wat ik zou moeten doen of aan welke voorwaarden ik zou moeten voldoen als ik me onverwachts tijdens de Avondklok op straat zou moeten begeven. Nu weet ik, dat ik dan een ingevuld formulier “Eigen verklaring Avondklok” bij me moet hebben. Daarop moet ik aangeven waarom ik buiten ben! Laten we even kijken naar de officieel en ambtelijk aanvaardbare redenen:

  1. Ik moet werken en heb de “Werkgeversverklaring Avondklok” bij me.
    OK. Maar als je al een Werkgeversverklaring Avondklok bij je hebt en die ook kunt laten zien, waarom dan nog een “Eigen verklaring Avondklok”???
  2. Ik heb dringend medische hulp nodig of een dier heeft dringend medische hulp nodig.
    Duidelijk een noodsituatie, toch? Pijn in je borst en in je linker arm. Je voelt het infarct al aankomen. Wat moet je dan anders doen dan je printer aanzetten, je computer opstarten, het formulier “Eigen verklaring Avondklok” downloaden, afdrukken en invullen, handtekening niet vergeten, en dan in de auto en naar de eerste de beste SHE-post….?
    Of: Leg eens aan een dier in nood uit dat je eerst de eigen verklaring moet invullen!
  3. Iemand anders heeft dringend mijn hulp nodig.
    Heel verstandig om bij een dreigend infarct of een slagaderlijke bloeding niet zelf achter het stuur te klimmen. En laat een ander dan ook maar eerst dat download- en invulwerk doen. Maar hoe moet die dan onderweg naar jou geloofwaardig maken dat die jou naar de SHE of de huisartsenpost moet rijden? En jij ondertussen maar volhouden en blijven ademen.
    Overigens: Als je dringend medische hulp nodig hebt, moet je dan niet 112 bellen of in het geval van een dier de dierenambulance? Niet duidelijk!
    De rijksoverheid stelt in een toelichting bij het formulier: “Als het noodzakelijk is dat u naar buiten gaat, dan moet u het formulier Eigen verklaring avondklok bij zich hebben. Dit kunt u digitaal invullen en printen. Bij een noodsituatie, terugkeer uit het buitenland en het uitlaten van een hond heeft u geen formulier nodig.
    Wanneer is het nou noodzakelijker om naar buiten te gaan dan in een noodsituatie? En kennelijk is het geen noodsituatie als je dringend medische hulp nodig hebt. Wat is dan wel bedoeld? Wie het begrijpt, mag het zeggen. Dat je niet hoeft te verklaren dat je een hond uit moet laten als je een hond aan de lijn bij je voert, dat snap ik wel. En gelukkig kan die hond niet verklaren dat die tot vervelens toe al uitgelaten is. Maar wat er dan ook aan de hand moge zijn, lijkt het me het gemakkelijkst om bij controle te verklaren dat je net uit het buitenland terugkeert (rolkoffer niet vergeten!).
    Maar terug naar onze lijst.
  4. Ik reis naar het buitenland en kan met (reis)documenten aantonen dat ik daarom tussen 21.00 en 04.30 uur buiten ben.
    Wederom: Waarom schriftelijk verklaren als je iets schriftelijk kunt aantonen? Is dat formulier soms nodig omdat de BOA’s zonder formulier niet weten wat de officieel en ambtelijk aanvaardbare uitzonderingen zijn?
  5. Ik ben onderweg van of naar een uitvaart en kan dit aantonen.
    Is het al zo erg met Covid-19 dat crematoria 24/7 doordraaien? Ik denk toch dat de meeste afscheidsceremonies op gangbare uren plaatsvinden. En ook bij een crematie die van 00:45 tot 01:30 uur duurt heb je een uitnodiging of kaartje bij je…
  6. Ik ben onderweg in verband met een oproep van een rechter, officier van justitie of bezwaar of beroepschriftencommissie en kan dit aantonen.
    Zie 5 mutatis mutandis
  7. Ik ben onderweg van of naar een live-programma en kan dit aantonen met een uitnodiging van de omroep die dit programma uitzendt.
    Ook hier weer de vraag: Waarom moet je iets verklaren wat je veel beter kunt aantonen met hard bewijs? En welke BOA kent zijn BN’ers niet die te pas en te onpas op de buis verschijnen?
  8. Ik ben onderweg van of naar een examen of tentamen dat ik moet afleggen voor mijn opleiding op het mbo, hbo of wo en kan dit aantonen.
    Zie 1 en 5 mutatis mutandis.

Hebben we hier te maken met ambtelijke onzin? Treiterij? Wraak op de burger omdat we het virus maar niet onder de duim krijgen? Echt doelmatig en doeltreffend kan ik dit formulier niet vinden. Het lijkt me niet eens nuttig. Integendeel. Het formulier versterkt alleen nog het beeld van een overheid die het spoor bijster is, in paniek verkeert, competentie, visie en capaciteit mist om overtuigend te kunnen zijn.

Toetje 1:

Het is voor de hand liggend, maar ik heb bij wijze van experiment het Duitstalige formulier ingevuld. De invuller wordt wel verzocht om toelichtingen in het Nederlands (!) of in het Engels te geven. In het Duitstalige formulier staan overal voor de zekerheid ook nog de originele Nederlandse omschrijvingen erbij. 2. Reden (enkelvoud) is in het formulier met Gründe (meervoud) vertaald. Dus heb ik maar alle redenen tegelijk aangevinkt. Dat soort onzin kan gewoon. (Het is tenslotte automatisering van de overheid!)

Toetje 2:

Ik heb de Covid hulplijn gebeld met mijn “journalistieke” belangstelling en heb mijn vragen en dilemma’s voorgelegd. Daar weten ze het nu ook niet meer. Het wordt doorgegeven naar hogerhand, want met een reactie terugbellen, dat kan natuurlijk weer niet.

Belangrijk advies: Knip het formulier uit het plaatselijke sufferdje en bewaar het voor net niet noodgevallen. Vul alvast in wat je in kunt vullen. Maak het af als het acuut wordt. Dat scheelt een boel werk op het verkeerde moment.