Auteursarchief: Helmut

Bomen

Mijn blog over “mijn” klimboom heeft veel losgemaakt. Zo kreeg ik van mijn buren het DIKKE OUDE BOMEN BOEK (Gerard Janssen) cadeau, zijn we naar de film van/over Peter Wohlleben geweest, en attendeerde een (jongere) oud-collega me op de fantastische bomen-pil van Richard Powers: “Tot in de hemel”. Hij had me al gewaarschuwd, maar ik ben er nu al bijna drie maanden mee zoet. Misschien groeien sommige bomen wel sneller dan dat ik lees…

Daarnaast ben ik op mijn wandelingen meer op bomen gaan letten en heb er foto’s van gemaakt. Gewoon met mijn mobieltje. Niks bijzonders. Het ging me om wat ik zag. Als je zin hebt, neem ik je in dit blog mee langs de fraaiste exemplaren.

Nummer 1: De reuzelevensboom is niet echt een klimboom. Dat zie je zo. Hij kan wel 70m hoog en meer dan 1000 jaar oud worden. En als je even googelt dan zie je op Duitse bosbouwsites meteen dat het de boom van de toekomst is. Hij groeit snel en levert veel hout. De plaatjes van gekapte lange, rechte stammen doen de harten van de Duitse bosbouwers hoger slaan. En dan kun je op je klompen aanvoelen dat ze daar geen 70m hoog worden en ook zeker geen duizend jaar oud. Dus gauw nog even genieten van de exemplaren die niet in een plantage gegroeid zijn. Deze kwam ik in Kastellaun tegen.

Deze bomenhand stond zo maar langs het wandelpad naar me te zwaaien. Ja, en nee, natuurlijk staat deze boom daar niet de hele tijd op mij te wachten, dat weet ik ook wel, maar toch!

Op dezelfde wandeling die door een prachtig beekdal voerde, zag ik deze afgezaagde stam in een beekje liggen. Hij was van binnen al zo ver vergaan dat het water er dwars doorheen kon lopen en aan de onderkant als uit een bronnetje weer tevoorschijn kwam.

Slechts een paar stappen verder trof ik dit geraamte aan. Net een afgekloven poon, toch?!

En van daar uit spring ik zomaar in dit raadselachtige plaatje. Zonder uitleg zul je niet gauw weten wat je ziet. Ik sta hier midden in een oude wilg. De foto is langs mijn rode werktrui recht naar beneden genomen, langs mijn broekspijpen tot aan mijn schoenen. De oude holle wilg zat van binnen vol plantjes en turfmolm. Die ben ik eruit gaan scheppen tot ik in de boom zo diep gezakt was dat ik er bijna niet meer uit kwam. Oude wilgen vind ik geweldig. Vooral de opengescheurde veelkoppige monsters die je bijna met een nagelschaartje moet knotten omdat ze anders meteen omvallen. (Juist, het knotseizoen is weer begonnen!)

Wat ik hier zie, weet ik zelf niet zo goed. Dit grumpy old tree achtige object met capuchon en kiespijn is ontstaan in het gat van een afgebroken tak dat een boompaddenstoel ten volle is gaan benutten. Het doet me ook ergens aan filler denken. Na de 20ste plastisch chirurgische ingreep zou je er zo uit kunnen zien.

Wat zich onder de grond bevindt dat zie je natuurlijk normaal niet. Hier zie je een es langs een slootkant wortelen. In de loop der jaren zijn alle uitlopers naar de slootkant toe afgesnoeid. Dat zorgt voor prachtige bulten en gaten. En in het grote gat woont een muis. Echt!

Wat ik bij deze olifantspoot zou moeten vertellen weet ik eigenlijk niet. Het plaatje spreekt voor zichzelf. Alleen zit die slurf natuurlijk op een totaal verkeerde plek.

Hier dansen twee verleidelijke jonge beuken met een eik. Jaja, ik ben weer lekker bezig, maar kom even met me mee, want op het (na dit plaatje) volgende plaatje ….

… zie je aan de linker kant hoe beuk en eik met hun knieën lepeltje-lepeltje de grond in groeien. Dat ziet er mooi harmonieus uit maar als de relatie zo lang duurt …

… dan zie je uiteindelijk dat de eik door de dansende beuken ingepalmd wordt en het aflegt. Einde feest? Genieten tot je erbij neervalt? Zeg het maar of wandel de volgende keer mee om samen te filosoferen en de fantasie de vrije loop te laten.

Wat rest zijn dan de getuigen van een groots leven zoals deze:

Bijzonder aardig in deze tijd vlak voor Sinterklaas is het toch wel als bomen een letter voor je vormen. Deze is niet volmaakt. De uitgroei naar links boven stoort een beetje. Maar je moet ook niet te veel van bomen verwachten. Dat dan ook weer niet! Laten we wel wezen. Ik ben met deze H dik tevreden.

Tja, ik heb even gedacht: zal ik of zal ik niet? Ik heb deze foto er toch maar bij geplaatst want een van mijn lezers is gynaecoloog. En aan hem moest ik meteen denken. Maar dat zegt natuurlijk weer meer over mij dan over die boom. En zo ben ik weer degene die zich in een gênant daglicht plaatst. Nou, maak er maar wat anders van! En excuses bij voorbaat. Een meer kunstzinnig georiënteerd mens ziet er mogelijk een harp in!

Berken kunnen zowel horizontaal als verticaal geheimzinnige streepjescodes vormen. Die moet je gewoon zo lezen als je ze ziet. Je mobieltje helpt je daarbij niet verder. Dat is duidelijk.

En soms heeft ook een enkele tak even moeite om zijn eigen draai te vinden. Maar uiteindelijk gaat alles naar het licht.

En dan maak ik meteen gebruik van de gelegenheid om jullie allemaal een fijne “Adventszeit” toe te wensen, kerstdagen/joelfeest in gezondheid en vrede en een goede jaarwisseling. We houden contact – via onze worteltjes 😉

Scheiße

“Nederland is een gaaf land”, blijft ons fietsende icoon met de gezonde appel maar zeggen, onze  demissionaire MP met zijn duim omhoog die zijn leugen geen leugen noemt en die van diverse soorten geheugenverlies een soort kunstproject heeft gemaakt. In mijn oude Heimat wordt hetzelfde onderwerp liefdevol van een andere kant benadert met de slogan: “Woanders is auch scheiße”. Ik sluit me graag bij deze laatste invalshoek aan. Interessant daarbij is dat je thuis meestal donders goed weet wat “scheiße” is, maar dat je als je dan toch ergens anders naartoe gaat, normaal gesproken niet meteen op zoek bent naar wat daar “scheiße” is. In tegendeel!

Zo hebben we pas weer ervaren hoe ongelofelijk mooi sommige gebieden van Frankrijk zijn en hoeveel ruimte en rust daar nog is. Wat ons op onze tocht via camperplaatsen en door steden ook opviel: overal zijn er – doorgaans goed verzorgde en vaak ook zich automatisch reinigende – openbare toiletten, zelfs op een parkeerplaats boven op een pas en ook in een schilderachtig klein dorp pal achter de kerk. Bij een stadsbezoek hoefde ik maar een blik op mijn gps te werpen om binnen korte afstand minstens één openbaar toilet te vinden. Gevolg is wel dat we veel minder koffie hebben gedronken dan in Nederland en als we koffie hebben gedronken hebben we dat gek genoeg gedaan omdat we daar zin in hadden.

Nog een aanrader vóór je via de snelweg Nederland weer in komt: maak gauw nog gebruik van een van die mooie parkeerplaatsen met toilet! Die zul je achter de grens niet zo gauw meer tegenkomen. Wat je wel tegenkomt is een bord: “Kom je uit het buitenland? Laat je testen!” En dat terwijl de besmettingscijfers in Nederland van meet af aan veel en veel hoger zijn dan in de ons omringende landen.

Wat een arrogant xenofoob benepen kutland is Nederland toch. Blind voor wat elders beter is, de duim blijven opsteken voor jezelf. Maar ja: “Woanders is auch scheiße”!

P.S.: Dorine vindt “benepen kutland” iets te ver gaan. Misschien klopt dat. En misschien is het elders ook niet zo erg.

Naschrift (15-10-2021)

Ik had beter naar Dorine moeten luisteren. De reacties op mijn blog stromen binnen. Met het woord “kutland” heb ik de plank duidelijk mis geslagen. En daar ben ik het achteraf helemaal mee eens. En Adelbert heeft volkomen gelijk: Ook ik woon en leef graag hier in Nederland en zie nog geen enkele reden om elders asiel te zoeken. De drie gewraakte letters in het blog heb ik nu dan ook doorgehaald. Maar ze blijven doorgehaald staan, want anders ontberen de reacties van Adelbert en Alex hun aanknopingspunt.
Wat op de achtergrond mogelijk heeft meegespeeld dat ik zo uitgeschoten ben: Ik had net een formulier moeten invullen waarin GroenLinks zich in verband met mijn kandidaatstelling wil verzekeren van mijn integriteit en waarin vragen over mijn verleden in staan die mij het gevoel geven dat ik aan een soort inquisitie word onderworpen.
Tot overmaat had een bank mij ook nog gevraagd (dringend/dwingend verzocht) om aan te tonen dat mijn spaargeld niet uit “drugswinsten” of “witwassen” afkomstig is. Ik had ervoor kunnen kiezen om hieraan niet mee te werken, maar dan zou er mogelijk een melding naar een opsporingsinstantie worden gemaakt. En wat er kan gebeuren als de overheid eenmaal achter je aan zit dat weten we de laatste jaren maar al te goed. Wat mij hieraan bijzonder stoort is de onzinnigheid van deze oefening omdat mijn aangiftes inkomstenbelasting een volledig en sluitend historisch beeld geven over mijn inkomsten. Dus waarom stuurt de staat banken als honden achter erkend dom-trouwe spaarders aan die zich via de meer dan twijfelachtige rendementsheffing lekker laten melken?

Wat is er toch mis gegaan in Nederland dat de burger steeds vaker als verdacht of onbetrouwbaar wordt aangemerkt en dat de bewijslast steeds vaker wordt omgedraaid? Is dit het gevolg van de onmacht van de staat om criminaliteit doelmatig en doeltreffend aan te pakken? Waarom ….. ho! Voordat ik weer doordraaf: Ik woon en leef nog steeds graag in dit narco-belastingparadijs. Er blijft nog genoeg leuks te zien en te ontdekken.

Ik hoop dat ik het nu weer goed gemaakt heb bij jullie. Sorry voor mijn misser.

En ik wil nog even de herkomst van “Woanders is auch scheiße” uit de doeken doen: Toen het Ruhrgebiet in 2011 culturele hoofdstad van Europa werd, was dit één van de slagzinnen waarmee het Ruhrgebiet zich mogelijk zou presenteren. Het verwijst ook naar de gelijknamige beeldband van Reinhard Krause.

Klimboom

En wat voor een klimboom. “Mijn” oude klimboom! Een spar uit duizenden!

Het is nu zo’n 57 jaar geleden dat ik er voor het eerst in klom. Mijn oma kreeg zowat een beroerte toen ik naar haar riep en zwaaide. Zij zat op een bank langs de helling aan de ene kant van het dal. Ik zat op gelijke hoogte met haar maar dan minstens 15 meter hoog in “mijn” klimboom die al sinds mensenheugenis met zijn wortels in de Waldbach onder in het dal stond. Wat moet je als jongen van 11 anders op vakantie in het Sauerland dan vanuit onverwachte verstopplekken iedereen zich het leplazarus laten schrikken? De klim in de spar was een vast succesnummer vooral ook omdat er niets moeilijks aan was. Haar dikke stam kwam halverwege weg en beek met een bocht uit de grond (zie foto onder).

Met een klein aanloopje kon je zo met je hand bij de onderste tak komen. En van daar ging een ware wenteltrap van takken omhoog tot in de top. Je kon je overal vastgrijpen. Eruit vallen was met zo veel takken onmogelijk.
Sindsdien krijg ik om de paar jaar de onbedwingbare behoefte om mij ervan te vergewissen dat zij er nog staat, dat alles in het dal nog in orde is, misschien zelfs dat alles wat elders in de wereld gebeurt er eigenlijk niet toe doet. Bij één van mijn vorige bezoeken constateerde ik dat twee van haar grootste takken zo ver naar buiten waren gegroeid dat ze met de punten parallel aan de stam recht omhoog verder groeiden – net of het geen takken, maar aparte sparren waren. Natuurlijk gaat dat ten koste van haar slanke sparrenfiguur. Mijn klimboom is dan ook een spar met buik. Het is bijna of zij zwanger is van nog een spar.

Het lijkt hier maar of zij minder groot is dan de sparren achter haar in het bos omdat het bos op de berghelling staat! We kijken recht op haar “buik”.

Ik was er (ook door corona) lang niet meer geweest. Op de Google stellietfoto was zij nog wel te zien. Maar dat zegt niet alles.

In het midden van de foto boven de Waldbach. Links haar “buik”.

Toen ik er kwam, leek het dal veranderd. De bomen langs de Waldbach waren flink gegroeid. Vanuit een bocht in het dal kon ik haar nog niet gelijk zien. Maar even later stak haar top midden in het dal majestueus boven alle andere bomen uit.

Wat een boom!

Zij is daar op eigen kracht gegroeid – van zaailing tot reus. En niemand zal het in zijn hoofd halen haar te kappen. Zij is een gezonde trotse boom die respect afdwingt. En dat is een heel verschil met haar soortgenoten die zich in particuliere productiebossen hutje mutje grotendeels tak- en naaldloos naast elkaar naar het licht verdringen en niet opgewassen zijn tegen de minste of geringste bedreiging zoals kevers of stormen. En net als in de intensieve veehouderij worden thans ook tal van bossen “geruimd” omdat ze door de letterzetter worden bedreigd. Hele bergtoppen en hellingen worden beschadigd door zware machines die het landschap kaal snijden en diepe sporen in de grond achter laten. Het wandelgebied wordt voor de toerist praktisch onbegaanbaar. En als het dan een keer extreem hard regent, zoals nu, loopt het water ongehinderd over de kale hellingen en door de voertuigsporen het dal in met alle gevolgen van dien.
De prijs voor hout is dramatisch gezakt. Geruimde sparren brengen nog maar een tiende op van wat de “Festmeter” een paar jaar geleden nog heeft gekost (stand juli 2021). Wat ik bij mijn bezoek gekapt heb zien liggen kost nog maar €9 de meter. In Duitsland is er door corona ook geen verwerkingscapaciteit meer omdat de werknemers in de zagerijen uit Polen en Roemenië niet meer inzetbaar zijn. Er is gewoon helemaal geen vraag meer naar. Het hout gaat dus per schip naar China. En het zou me niet verbazen als IKEA in China er meubels van laat maken die straks weer in o.a. het filiaal in Duiven worden aangeboden. En zo wordt er toch nog “winst” op gemaakt. Krankzinnig, maar waar.

Het moeten ruimen tegen zo’n lage prijs is een strop voor de boseigenaren. Of zij de aanplant van nieuwe bossen kunnen of willen bekostigen, is nog maar de vraag. Nieuwe aanplant moet worden beschermd tegen wild en onkruid. Dat is kostbaar. En als nieuwe aanplant achterwege blijft, is er een (kleine) kans dat de natuur haar gang kan gaan, dat zaailingen, wild en onkruid het onderling uitmaken voor wie er plek is en dat er over 300 of 400 jaar een prachtig oerwoud staat met gezonde reuzen zoals mijn prachtige klimboom. Maar ik ben bang dat er altijd weer een of ander figuur zal zijn die het om welke reden dan ook – en mogelijk zelfs met de beste bedoelingen – opnieuw verkloot.

P.S.: Manfred stuurde deze link naar een artikel over de kaalslag.

JMJ-acties

In het prille begin van mijn kennismaking met de ingewikkelde Nederlandse cultuur werd ik door de zus van mijn vriendin benaderd om geld te geven voor een “JMJ-actie”. Zij kwam aanzetten met een A4tje waarvan je een klein beschreven stukje af mocht scheuren als bewijs dat je voor de actie had gedoneerd. Wat een JMJ-actie zou kunnen zijn was voor mij een volstrekt raadsel omdat ik ook de katholieke achtergrond miste. JMJ staat eigenlijk voor de zusters van Jesus, Maria en Josef die met hun goede werken kennelijk boven elke twijfel verheven geacht moesten worden (toen nog wel!). Een goed doel pur sang dus. In dit geval school echter iets anders onder het label. Mijn schoonzusje in spe (en inmiddels al lang ex) kreeg zakgeld en kleedgeld, moest een nieuwe winterjas hebben maar vond het zonde om daar haar kleedgeld in te steken. Dat was al lang uitgegeven of zij wilde er liever “leuke” kleren van kopen. JMJ stond voor Jas (voor) Mij (van) Jouw. Niet doneren voor zo’n goed doel in deze setting was geen optie.

Tegenwoordig heb ik twee super activistische kleinzonen. Met hun kleren zit het wel snor. Maar met de rest van de wereld niet. Zij stellen zich met ongekend veel idealisme in dienst van acties van het WWF en de redding van de aarde in het algemeen. Zij hebben al tot twee keer toe de tv gehaald met hun aanpak. Zo jong ze ook zijn, het zijn als het ware senior “rangers” van het WWF. Ze hebben al verschillende soorten van het wisse uitsterven getracht te redden door zelf gemaakte tekeningen te verkopen, viool te spelen, etc. etc. Nooit en te nimmer lieve lezer zou ik erover hebben gepiekerd je met een dergelijke actie lastig te vallen, ware het niet dat het deze keer om iets echt waanzinnig groots gaat: de walvis moet worden gered! Hij en andere zeedieren worden door plastic bedreigd. En voor deze actie wordt werkelijk alles uit de kast gehaald. Het begint met de tekeningen. Van deze zelf gemaakte tekeningen zijn kaartjes gemaakt die huis aan huis worden verkocht voor € 2 per stuk.

De narwal van Seppe is al indrukwekkend in zijn soort.

Met mijn totale “dyslexie” op het gebied van tekenen kan ik deze tekening van Tijn alleen bewonderen.

Ook worden er aan de hand van foto’s of zittende modellen op afspraak karikaturen gemaakt. Zie onder waartoe dat bijvoorbeeld in mijn geval kan leiden. (Karikaturen zijn wat duurder!)

Huis aan huis worden statiegeldflessen opgehaald, er wordt zelfs zwerfvuil op straat verzameld om o.a. aan statiegeldflessen te komen, en en en…

Daarnaast kun je deze jonge top-rangers ook geheel belangeloos helpen door online te doneren op hun actie-pagina (https://rangers.wwf.nl/rangeractie/plasticjagers/actie/de3potvissen)

Deze actie wordt samen met vriend Joris uitgevoerd. De drie noemen zich “de drie potvissen”. En over de totstandkoming van hun actie is er een heuse strip vervaardigd, waarvan hier een fragment met de kern van het verhaal:

Donateurs die de tekeningen graag digitaal in hoge resolutie willen ontvangen, ben ik gaarne van dienst. Want opa Helmut doet uiteraard ook mee 😉
Niet meedoen is ook in deze setting voor mij geen optie.

En het blijft maar doorgaan met weer een nieuwe tekening van Tijn …

Summertime

Ter inspiratie een klein fotoblog van onze kat Iza …

Ik heb nog geprobeerd om Iza een verloren ei van de koolmezen te laten uitbroeden bij wijze van “een een soort van” #Wiedergutmachung #excuus of zo, maar dat verstoort de rust te veel.

En als de kater van de buren op bezoek komt is het met de rust helemaal gedaan. Dan doe je toch geen oog meer dicht! 😉

Erbse

Mijn oude vriendin uit onze gemeenschappelijke zandbaktijd in de Heimat ging laatst op bezoek bij haar dochter en de “Erbse” (dat is hun voorlopige aanduiding voor het nog ongeborene). Wij allen verkeerden ooit in die staat van “erwt”. In de beginjaren vijftig van de vorige eeuw was het nog volstrekt onmogelijk om vóór de geboorte ook maar iets meer over de hoedanigheid van de erwt te weten te komen. Pas na de geboorte kon ik bijvoorbeeld met de kennis van toen worden aangeduid als “jongen” en ambtelijk van het geslacht “m” worden voorzien. En dat baseerde men destijds in alle onwetendheid uitsluitend op wat men tussen mijn benen zag! En dan moest de erwt natuurlijk ook nog een naam hebben en dat werd in die tijd eigenlijk vanzelfsprekend ook een “jongens”naam. Men wist gewoon niet beter, en ik neem ook niemand iets kwalijk.

De puberteit was al moeilijk zat want ik verkeerde bijna uitsluitend in het gezelschap van voormalige erwten van dezelfde administratieve indeling. De erwten met een administratieve v gingen naar een school die best ver weg was. Was ik nou homo omdat ik bijna uitsluitend omging met mijn soort erwten of hetero omdat ik bijzonder nieuwsgierig was naar de v-erwten? Dat was best wel een relevante vraag!

Afgezien van wat mijn ouders nooit te weten zijn gekomen, heb ik verder gewoon maar geprobeerd om te voldoen aan de verwachtingen die mijn omgeving van mij had of waarvan ik dacht dat mijn omgeving die had. Die verwachtingen waren soms ook niet niks. Dus denk maar niet dat dat per definitie de gemakkelijkste weg was. Maar ook ik wist niet beter en heb min of meer opportunistisch en soms zelfs vol overgave het hetero-pad ingeslagen.

Verwarrend was dat er zo nu en dan telkens weer mannen probeerden mij van dat pad af te brengen met als hoogtepunt vrij recentelijk nog een Roemeense geestelijke die mij met hemzelf in de echt wilde verbinden en daardoor te laat bij een bruiloft kwam. En of dat niet genoeg was (dit kwam mij ter ore), hielden sommige vrouwelijke collega’s mij voor een leernicht, terwijl ik gewoon motor reed en leren broeken mooi winddicht en warm zijn en ook regen tegenhouden. Bovendien vind ik leer lekker aanvoelen.

En dit soort problematiek valt natuurlijk helemaal in het niet vergeleken bij de meer existentiële vraagstukken over het zijn “an sich”, de kwestie of individualiteit überhaupt bestaat, hoe het ik zich verhoudt tot het wij en of wat ik gemakshalve aanduid als “ik” niet in wezen een kwantum-effect is.

Met geen haar op mijn hoofd heb ik mij tot nog toe echter afgevraagd of ik “binair” dan wel “non-binair” zou kunnen zijn. En die vraag dringt zich nu toch sterk op. Steeds meer belangrijke persoonlijkheden die ik niet kende, presenteren zich publiekelijk vol trots als non-binair.

Ik wil nu – ook gezien mijn leeftijd – niet meer in de val trappen om mij als binair dan wel non-binair te positioneren. Om alle toekomstige ontwikkelingen vóór te zijn verzoek ik eenieder mij voortaan als non-alles te bejegenen en bij elke nieuwe ontmoeting geheel in de geest van de kwantumtheorie op basis van observatie mijn dan actuele toestand zelf te bepalen. Ik ben dus in zekere zin non-b/n-bLHBTIQAPC++** of eigenlijk nog het liefst “erwt” tot ik anders word waargenomen (waarbij de waarneming geheel voor eigen rekening is!).

Energievragen

Weet jij wat energiezuiniger is: tv-kijken via de kabel, satelliet of via terrestrische antenne? Alles wat via kabel of glasvezel gaat, moet immers via energie-slurpende datacenter, denk ik. En wat via de lucht komt … Dus misschien doen we het helemaal fout nu? Maar ik weet het niet. Tv-toestellen zijn in elk geval een stuk zuiniger geworden. Met een oud buizentoestel zou je een modern geïsoleerd huis waarschijnlijk lekker warm kunnen stoken (als je maar blijft kijken).

En wat was er ook alweer mis met onze oude gloeilampen? Ze produceerden meer warmte dan licht. En daar gaat het natuurlijk niet om. Maar als je licht nodig hebt, in de wintermaanden, moeit je toch ook stoken! Dan schelen gloeilampen mijns inziens mooi in de stookkosten!?

Lieve lezer, je ziet het al, ik snap er niets van. En tot overmaat van ramp willen ze onze wijk tot 2030 op een warmtenet aansluiten en aardgasvrij maken, bij wijze van experiment of zo. De warmte moet uit het Zwanenwater komen en de elektriciteit voor de warmtepompen van een panelenpark langs de Molsweg. Als je maar genoeg warmte aan het Zwanenwater onttrekt, zou je er zelfs in zachte winters op kunnen schaatsen, denk ik dan. En dat is natuurlijk hartstikke vet leuk. Maar hoeveel energie kun je nog uit een dichtgevroren Zwanenwater halen als de winter wat langer duurt? En hoe ga je die warmte met behulp van pompen opwaarderen als er sneeuw op het panelenpark langs de Molsweg ligt? Ik zie me op mijn 80ste al in drie dekens gehuld dicht tegen de houtkachel gezeten een illegaal nood-vuurtje stoken.

Met dat beeld voor ogen heb ik onze oude cv-ketel nu maar gewoon laten vervangen door een nieuwe, de beste koop van de consumentenbond. De aanvoertemperatuur had ik vanwege meer rendement uit het gas afgelopen winter op de oude ketel al terug gezet op 55 graden. En zolang het geen 10 graden vriest, krijgen we het huis daarmee warm. Dus desnoods zou ik ook een warmtepomp kunnen nemen. Maar dat doe ik niet! Want als het dan over 10 of 12 jaar in de winter flink mis gaat en er geen stroom meer is om datacenter te laten draaien, al die elektrische auto’s op te laden en warmtepompen alle Zwanenwaters energieleeg te laten zuigen … moet je eens kijken hoe gezellig het dan hier in huis wordt omdat wij het nog warm hebben op gas. En hoe meer mensen, hoe meer warmte! – Ja, laat me toch gewoon lekker dromen. Ik weet heus wel dat de cv-ketel ook stroom nodig heeft. Maar daar verzin ik nog wat op!

En dat die klote-marktwerking alles oplost: vergeet het maar! Eerst wordt de gasprijs politiek flink verhoogd om iedereen van het gas af en aan de stroom te krijgen. Maar moet je dan eens zien wat er met de stroomprijs gebeurt als er sneeuw op de panelen ligt en de windmolens stil staan. En dan ben je klant van een warmtenet-aanbieder, een monopolist, waar afgedankte politici hoog gedoteerd in de Raad van Commissarissen zitten en de aandeelhouders vette winst opstrijken terwijl ze op het subtropische Groenland vakantie houden.

Ik kan alleen maar zeggen: zorg voor voldoende hout en warme dekens! En om ondertussen het verschil te maken: hoe ver kun jij met de aanvoertemperatuur zakken zonder in te boeten op comfort?

Wegwijzers

Op één van mijn fietstochten ben ik drie keer door het centrum van Lelystad (!) gekomen. En dat terwijl ik bebouwde kom haat en hooguit als noodzakelijk kwaad op weg naar het volgende groen zie. Ineens stond ik onverhoeds weer op een punt dat me verdacht bekend voorkwam. En in de herhaling zag ik aan de hand van de kaart waar het fout was gegaan. In de buurt van een middelbare school had iemand een bord omgedraaid. “LEUK!” En daar was ik dus de weg bijster geraakt. Ik hoop nog steeds dat het een soort sociaal experiment betrof waar ook een werkstuk uit is voortgekomen – voor een cijfer!

Tussen Huissen en Bemmel is lang aan de weg gewerkt. Daar stond een bord 30 km/h (later 50 km/h). Als je daar daadwerkelijk 30 of 50 km/h ging rijden, werd je ronkend ingehaald door toeterende medeweggebruikers die je met kwaaie kop en gebaren voor gek verklaarden. En ze hebben een punt, want hoe vaak staat er niet zo’n bord terwijl er helemaal niet aan de weg wordt gewerkt. En hoe vaak zijn ze niet vergeten zo’n bord weer mee te nemen als ze al lang klaar zijn met de klus.

Andere koek is als je erop wordt gewezen dat de traject controle op de Pleijweg (A325) nog buiten werking is. Je mag dan hopen dat dat ook klopt! Maar aangezien er een waarschuwing kwam dat die op een gegeven moment wel wekte, zal dat ook wel zo geweest zijn. Maar hoe relevant zijn dit soort aanwijzingen eigenlijk? Je mag er hoe dan ook maximaal 80 km/h rijden.

De Huissensedijk bij ons achter is ook een prachtig voorbeeld van bewegwijzering. Het is een lekker stukje dijk om over te wandelen of over te fietsen, een geliefde Corona-boulevard dezer dagen, eenbaans en ongeschikt voor autoverkeer. Aan het begin staat een bord doodlopende weg behalve voor fietsers.

Dat klopt van geen meter! Maar dat is kennelijk de Arnhemse zienswijze. Want wil  je de dijk verder volgen richting Gelredome dan staat er soms wel en soms niet een rode paal midden op de weg. Maar je hoeft de dijk helemaal niet te blijven volgen. Als je bij boerderij Holthuizen links afslaat, en daarmee als het ware van de rand van de Arnhemse denkschijf afkukelt, rij je probleemloos via de Parkdreef Huissen en Loovelden in. Eigenlijk een sluiproute dus, en niks doodlopend.

De Huissense zienswijze is rigide. Wil je met de auto of motor vanuit Huissen de dijk op dan mag dat gewoon niet. Dit bord staat waar de Huissense wereld eindigt. Vanuit Arnhem mag je er dus doorheen rijden, vanuit Huissen niet. De gebeten hond is in dit geval de aanwonende op Holthuizerdijk nr. 16 voor wie geen uitzondering wordt gemaakt. (Niet dat die zich daar wat van aantrekt….)

De boven ons gestelden proberen ons aldus naar vermogen de weg te wijzen, maar hebben lang niet altijd de wijsheid in pacht. Er zit veelal niets anders op: we moeten ons zelf wegwijs maken! En weinig volkeren op de wereld lijken daar zo bedreven in als wij eigenwijze Nederlanders. Zou dat te maken kunnen hebben met onze ervaringen met de autoriteiten?

Fijnstof

Als overlevende van de totaalstoframp van de 50er en 60er jaren van de vorige eeuw die Roergebied heette, ben ik ervaringsdeskundige op stofgebied. Mijn oma nam destijds drie keer per dag de witte raamkozijnen af die drie keer per dag zwart waren van de fijn- tot grofstof. De stoep voor ons huis was in die tijd nog niet geplaveid maar bestond uit aangestampt gruis van “Koks”, overgebleven van de staalproductie. Als we buiten gingen spelen, kregen we de vermaning mee: “Mach’ dich nicht dreckig!” Maar het was gewoonweg onmogelijk om buiten te spelen en niet op Pig-Pen van de Peanuts te lijken.

Een keer je neus snuiten en je zakdoek was zwart. Roken was niet nodig om zwarte longen te krijgen, maar als je al rookte moest het wel zonder filter zijn, liefst Roth Händle of Reval, want anders was het verschil met gewoon ademhalen te gering. Met al dat grofstof in je long kon je tenminste gelijk briketten ophoesten, was het zwartgallige idee. Hoezo fijnstof? Mijnwerkers overleden soms ver vóór het bereiken van hun pensioen al aan stoflongen van de steenstof.

In mijn militaire diensttijd kon ik op prachtige oefenterreinen in de Lüneburger Heide frisse lucht inademen – tot de 600pk dieselmotoren van de tanks werden gestart en/of de schietoefeningen begonnen. Dat was dan weer afzien. Maar sinds de verplichte invoering van de katalysator in benzinemotoren en andere maatregelen tegen de bossterfte is de lucht voor mijn gevoel wel 100 keer schoner geworden.

Houtkachels en houtvuur worden nu als grootste vervuiler in Nederland aangemerkt en staan daarmee al enige tijd in een kwade reuk. Merkwaardig genoeg wekt juist de geur van houtvuur bij velen ook een oer gevoel van thuis, van gezelligheid en geborgenheid op. Ik ken mensen die in een hightech geïsoleerd huis met warmtepomp en zonnepanelen en zonder gasaansluiting zeer verantwoord wonen en in de winter niets liever doen dan op een Drents kampeerterrein dagenlang vuurtje te stoken om hun kostje in een Dutch oven te garen. Na afloop ruiken ze nog 10 dagen in de wind naar 18de-eeuws plaggenhutbewoers.

Anderhalf jaar geleden stond ik op een camping langs een prachtig Belgisch riviertje waar zowat uitsluitend liefhebbers van houtvuurtjes (afdeling nat hout) waren neergestreken. Reuze gezellig maar zelfs ik vond het niet te harden. Kennelijk was het wel essentieel voor een goed vakantiegevoel van al die fanatieke stokers.

Maar nu geldt volgens deskundigen al code stof in huis als ik met de strijkbout over mijn broeken en T-shirts ga. Huh? Waar hebben we het over? Een goed gestookt houtvuurtje en een strijkbout stellen niets voor. Pak liever containerschepen/cruiseschepen/olietankers en het vliegverkeer aan in plaats van burgers een schuldgevoel aan te praten als ze hun goed gaan strijken!

Overigens vind ik “fijnstof” een woord dat best wel gedistingeerd klinkt. Dat kan toch bijna niet schadelijk zijn … maar zijn wij dan weer gemaakt van sterrenstof (hoewel sommigen beweren dat wij van klei zouden zijn gemaakt, maar wie gelooft dat?)! En tegen sterrenstof verbleekt zelfs de allerfijnste fijnstof, of niet dan?

Stoffelijk zijn wij hoe dan ook en tot stof zullen wij vergaan … wat een stoffig verhaal al bij al! Effe uitwaaien! En dat beveel ik jou ook aan, lieve lezer, nu.

Pikorde

(Dit is een vervolg op “Niet normaal“)
Bruinkopje zat er gistermiddag wat mottig bij. Ze kon het gezellige gefladder rond voederplek 1 toch niet zo goed uitstaan. Dus was ze tussen boom 1 en boom 2 heen en weer gaan flitsen om “al haar” voer te verdedigen tegen het gulzige mezengebroed. Maar zo veel hebberigheid levert stress op. En voor je het weet krijg je dan een hongerklop omdat je in de drukte vergeet om zelf op tijd een hap te pikken. Dan nog de vorst waardoor je nergens even een goed bad kunt nemen! Logisch dat je op een gegeven moment met een soort coronakapsel in de boom het leven zit te overdenken.

Niet dat de andere vogels elkaar niet ook verdringen. Als de specht, een Vlaamse gaai of een ekster komen aanvliegen, doet de rest al gauw een stapje terug. De goudhaan en de roodborst zitten alleen in daluren op de vetcilinder, de koolmezen gaan voor de pimpelmezen en als de staartmezen met zijn achten tegelijk komen is er ook even geen ruimte voor andere schnabbelaars. Maar dat wisselt elkaar allemaal lekker af, duurt nooit lang en laat gelegenheid voor anderen. De hebberigheid van trutje bruinkop is uitzonderlijk.

Nu met de dooi zit ze er weer wat beter verzorgd bij. Ze pikt regelmatig een insect uit het vet, veegt dan aan een tak links en rechts haar snavel schoon, kijk misprijzend naar een stel koolmezen boven haar maar gedraagt zich wat rustiger. Misschien heeft ze haar lesje geleerd. En straks wordt het weer donker en dan komt aan de drukte toch een eind want al onze kostgangers gaan met de kippen op stok.

De cast:

De houtduif
De tortelduif
De merel
De koolmees
De pimpelmees
De staartmees
De roodborst
Het goudhaantje
En last but not least onze hoofpersoon: Bruinkopje (ze kijkt nog wel een beetje chagrijnig!)