Categoriearchief: Geen categorie

Rijbewijs verlengen? Hoezo?

Mijn rijbewijs moet worden verlengd. Ik heb pasfoto’s laten maken. Ik heb online een afspraak gemaakt in het Gemeentehuis. Ik ben een half uur naartoe gefietst heb er drie minuten gezeten, een handtekening gezet en de leges betaald. Volgende week is het klaar. Dan moet ik er weer naartoe (fietsen) om het op te halen. Over tien jaar moet dat weer. En dan is mijn rijbewijs nog maar vijf jaar geldig!

Mijn Duits rijbewijs uit 1971 is geldig tot 2033. Rijbewijzen uit de oude DDR eveneens. Sinds 2013 zijn nieuwe rijbewijzen in Duitsland nog maar 15 jaar geldig. In Duitsland vond men het een administratieve last om de geldigheidsduur van het rijbewijs te bekorten. Maar ja – de EU wil het zo.

Nu kun je zeggen dat een Nederlands rijbewijs ook een document is waarmee je je kunt identificeren. En dan moet de pasfoto natuurlijk nog een beetje lijken. Maar je moet toch ook een Identiteitskaart of paspoort hebben voor het buitenland. Waarom dan twee ID-kaarten naast elkaar?
En waarom kan het rijbewijs niet digitaal worden verlengd? Al die houders van rijbewijzen moeten om de tien jaar twee keer naar Gemeentehuizen lopen, fietsen of rijden! Wat een gedoe!
Wat is dit? Geldklopperij? Werkverschaffing? – Graag nog een keer over nadenken.

Immers: Je zwem- en schooldiploma’s hoef je ook niet om de zo veel jaar te verlengen. Of heb ik nu iemand op een idee gebracht?

Bermtoerisme

Nooit gedacht dat ik het zou doen. Langs de (snel)weg tafeltje en stoeltjes neerzetten, koelbox ernaast, picknicken en naar het verkeer kijken of na de TT in Assen de aftocht motoren zien langskomen is ook echt niet mijn ding. Maar nu wandelen en fietsen er tijdelijk niet in zit en we op de eigen tuin een beetje raken uitgekeken, is bermtoerisme een prima afwisseling – bermtoerisme 2.0 dan wel.
Het recept: Of je nou zin hebt om vanuit een bosrand over de bloeiende heide uit te kijken of langs een rivier te gaan zitten scheepjes tellen of wat dan ook, zoek op Google maps een passend gebied, zoom in en ga via streetview de boel verkennen. Dat scheelt een boel gezoek op de weg. Bepaal een afgelegen plekje en voor de zekerheid ook nog een uitwijklocatie, verstuur je plekje naar je navigatie, pak tafel, stoelen, picknick, boeken, verrekijker en fototoestel in de auto en ga op pad.
Laat even weten hoe het is bevallen.

Chocoladepudding

3, 4, 16, 62 of 5, 7 21, 62 – vraag je niet af wat het gemeenschappelijke achter deze reeksen is: Zo lang ik me kan herinneren vind ik echte goede chocoladepudding lekker en bovenal fascinerend. En dat is nog steeds zo.

Het begint met het prachtige, vette, glimmende, dikke, taaie, gladde vel dat je uitnodigt om er voorzichtig bij de rand beginnend de lepel in te zetten. Maar voor ik dat doe, giet ik er eerst een klein scheutje ouderwetse condens melk (liefst uit blik vanwege de nostalgische smaak) overheen. Niet teveel! De melk moet het oppervlak maar net bedekken. Later kan er desgewenst meer bij. En dan voorzichtig een eerste hap nemen – bestaande uit pudding en vel – en op je tong weg laten smelten terwijl je het kuiltje dat in de pudding is ontstaan vol ziet lopen met koffiemelk. Je kijkt dan in de pudding die er onder zijn beschermde vel kwetsbaar bij ligt en in wiens interessant gestructureerde substantie zich elk moment een spontane barst kan voordoen. Voorzichtig lepelend speur ik dan naar eerste tekenen van zo’n barst en giet de ontstane kuil verder vol met koffiemelk (een barst bevorderende maatregel) . Als de barst te lang op zich laat wachten, prik ik met de lepel van opzij de bovenste laag pudding en vel een klein beetje door of breng boven in het vel een kleine kwetsuur aan al naar gelang ik zin heb.

Dan komt het moment waar ik vanzelf ophoud met eten en alleen nog maar gefascineerd kijk hoe de barst langzaam verder uitscheurt en de koffiemelk haar weg zoekt naar de bodem van de kloof die zich dan in steeds sneller tempo verdiept en zicht geeft op de grillige geologie van de pudding die door de koffiemelk wordt geaccentueerd – een moment van bezinning, een openbaring die sprakeloos maakt. Dit is het. Ik probeer het te beschrijven, maar je kunt het beter zelf ervaren en nagaan wat het in jou naar boven brengt.

Hieronder een afbeelding van een volledig ontwikkelde kloof in een geheel gescheurde pudding met een gekanteld rechter deel. Weergaloos!

Pudding

 

Een prachtige les

Te midden van heethoofden, lasteraars, grote ego’s en emo-kikkers heeft de Duitse bondskanselier in de zaak-Böhmermann op voorbeeldige wijze laten zien hoe het moet en hoe de trias politica werkt.
Omdat die oude wet over het “beledigen van een buitenlands staatshoofd” nu eenmaal nog van kracht is, moet de wet ook worden gevolgd en is het oordeel aan een onafhankelijke rechter. Wie dit niet respecteert, heeft geen recht van spreken als regimes in andere landen alle mogelijke wetten aan hun laars lappen en hun bevolking met politieke willekeur intimideren en terroriseren.
Tegelijk geeft de Duitse bondskanselier duidelijk aan dat het hier een wet betreft die vanuit politiek standpunt als achterhaald kan worden beschouwd en die spoedig kan worden afgeschaft via de weg die de constitutie daarvoor heeft voorzien: het parlement.
Als de Turkse president iets snapt van die les en mans genoeg is zich alsnog EU-waardig te tonen, trekt hij zijn aanklacht tegen Böhmermann per omgaande in.

Wel sjoemelsoftware in examens

Het leek er even op dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het College voor Toetsen en Examens een einde wilden maken aan het beleid dat tot een ware epidemie van dyslexieverklaringen heeft geleid. Maar onder grote politieke druk is het verbod op de spelcorrector voor dyslectici bij het eindexamen Nederlands weer ingetrokken. Nu al zo lang speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici gelden bij het eindexamen is het kennelijk moeilijk deze maatregelen weer terug te draaien, hoe ondermijnend zij voor de (talen)examens en het onderwijs als geheel ook uitpakken.

Wat begonnen is als een goed bedoelde noodgreep om een kleine groep leerlingen met een beperking in het examen tegemoet te komen, heeft zich helaas ontpopt als pathogeen beleid. Dyslexie kon daardoor een ware groeimarkt worden met een sterke lobby.

Toch blijft te hopen dat de speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici bij – in elk geval de eindexamens talen – nu hun langste tijd hebben gehad. Het verbod op de spelcorrector is immers vooral teruggedraaid omdat het wellicht te plotseling en onverwachts kwam. Wie weet, wordt er ondertussen al hard aan alternatief beleid gewerkt. En mogelijk kun je dan in niet al te verre toekomst er ook weer van uitgaan dat iemand met een voldoende voor leesvaardigheid ook werkelijk leesvaardig is.

Hoe dan ook is aan te bevelen dat de examens uit de invloedssfeer van politieke belangen worden gehaald en worden toevertrouwd aan de wetenschap die naar de best mogelijke meetinstrumenten zoekt en deze voor het onderwijs ontwikkelt. Een examen leesvaardigheid Nederlands dat spelvaardigheid nog even met of zonder sjoemelsoftware marginaal “meeneemt” zou dan overigens ook geen enkel bestaansrecht meer hebben omdat het volstrekt ongeschikt is om spelvaardigheid deugdelijk te meten.

Geen sjoemelsoftware in examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) heeft bepaald dat dyslectische leerlingen bij de toetsing van spellingvaardigheid geen spellingcontrole mogen gebruiken. Dat is terecht en logisch. Die toetsing is immers bedoeld om erachter te komen of iemand kan spellen en niet om te weten te komen of iemand gebruik kan maken van de spellingchecker op een computer.
En waarom zou een bepaalde groep van de kandidaten hulpmiddelen mogen gebruiken en de rest niet? “Examens moeten voor iedereen gelijk zijn”, stelde een woordvoerder van het ministerie van onderwijs. En gelijk heeft het ministerie. Validiteit, betrouwbaarheid en objectiviteit zijn immers de hoekstenen van examens.

Maar waar komt dan toch de opvatting vandaan dat dyslectische leerlingen bij taaltoetsen gebruik zouden moeten kunnen maken van “sjoemelsoftware” of andere “hulp”middelen?

Ik kan hier eigenlijk slechts één verklaring voor bedenken: men schiet door. Als het gaat om het toetsen van bijvoorbeeld aardrijkskundige kennis en vaardigheid is het uiteraard niet de bedoeling dat kandidaten met dyslexie daarbij slecht scoren doordat zij de opgaven niet goed of snel genoeg kunnen lezen. Verschillen in louter leesvaardigheid mogen hier geen invloed hebben op de score. Verklanking van de opgaven kan in dit geval helpen leesproblemen te elimineren. Uiteraard moet die verklanking dan weer voor alle kandidaten beschikbaar zijn om gelijke afnamecondities te garanderen.

Het streven om groepen kandidaten te compenseren voor specifieke beperkingen blijft hoe dan ook problematisch. Voor dyslexie is er veel aandacht. Moeilijke thuissituaties van kandidaten worden daartegen niet als een beperking gezien die om aanpassing in de examens vraagt. Hoe zou dat ook moeten? Ook zijn er geen maatregelen in gesprek om een laag IQ te compenseren. En wat te vinden van verschillen in de kwaliteit van de school en de docenten waar de kandidaten onderwijs hebben gevolgd?

Uiteindelijk is het ondoenlijk om iedere leerling in het examen individueel te compenseren voor zijn of haar beperking(en). Elk streven dat deze richting op gaat vermindert de waarde van de diploma’s en verzwakt de functie van toetsing en examinering als ijkpunt voor de beoordeling van kennis en vaardigheden in het onderwijs.

Er is nog een ander fundamenteel bezwaar om bepaalde groepen leerlingen andere toetsen of toetsen onder andere condities te laten maken zonder dit op de cijferlijst en/of het diploma te vermelden. Hiermee wordt namelijk de indruk gewekt, dat deze leerlingen er zonder “hulp” niet kunnen komen en dat een bepaalde mate van “fraude” maatschappelijk geaccepteerd, geoorloofd en zelfs noodzakelijk is. Dit is een signaal dat juist van het onderwijs niet uit zou moeten gaan.

Geen enkele manipulatie met toetsing en examinering kan woordblinde leerlingen leesvaardig maken, blinde leerlingen ziend noch dove leerlingen horend. Toetsen en examens die die suggestie moeten wekken en die aangepast worden om feiten te verdoezelen doen precies het tegenovergestelde van wat zijn moeten doen: duidelijke en bruikbare resultaten genereren.

Toetsing en examinering zijn dan ook alleen dan van waarde als iedereen langs dezelfde lat wordt gelegd. De gemeten prestaties kunnen vervolgens wel worden gezien in het licht van aanwezige beperkingen. Het ministerie heeft laten zien dat leerlingen ook met een 4,5 voor de rekentoets kunnen slagen zolang het onderwijs hen nog niet in voldoende mate in staat heeft gesteld minimaal een 5,5 te behalen. Dit betreft een beperking van het onderwijs. Dus waarom zouden bijvoorbeeld dyslectische leerlingen met een voor hen zeer achtbare 4,5 voor spellingvaardigheid of leesvaardigheid niet voor het examen Nederlands of een examen in een van de moderne vreemde talen kunnen slagen?

Het lijkt mij aanzienlijk transparanter en alleszins beter om leerlingen bij de zak-/slaagbeslissing te compenseren voor beperkingen dan door middel van manipulaties in toetsen en examens. Ik besef daarbij dat dat voor blinde en dove leerlingen niet zal lukken, maar ik hoop dat de politiek deze overwegingen toch betrekt bij de discussie over de toetsing spellingvaardigheid en de besluitvorming over toetsing en examinering in het algemeen.

Een TIEN

Agent: Goede middag mijnheer, ik bel u omdat u volgens onze gegevens afgelopen woensdag contact hebt gehad met de servicedesk van Telfort. Wij willen graag weten hoe tevreden onze klanten zijn met onze dienstverlening. Mag ik u een paar vragen stellen over het contact met onze servicedesk.
Ik: Ja
Agent: Is uw vraag naar tevredenheid beantwoord of is uw probleem verholpen?
Ik: Ja, bij ons viel de wifi uit en ook de bekabelde verbinding. We hebben de router een paar keer uit het stopcontact gehaald en daarna werkte het wel weer, maar het bleef terugkomen. Uw collega heeft nog wat vragen gesteld en geconcludeerd dat de router onbetrouwbaar was. De router is nu vervangen en alles werkt weer. Voor hoe lang, weet ik nog niet.
Agent: Dat hoor ik graag en hopelijk blijft het goed werken. Mag ik vragen welk cijfer op de schaal van 1-10 u de medewerker van de servicedesk zou willen geven, waarbij 1 heel erg slecht is en 10 heel erg goed.
Ik: Nou ja, dat is lastig. Ik zou zeggen: gewoon goed, dus een 8.
Agent: U geeft de medewerker een 8. Heeft u verbetervoorstellen waarmee wij ons voordeel kunnen doen?
Ik: Nou, eigenlijk niet direct.
Agent: Mag ik dan vragen waarom u geen 10 geeft?
Ik: Ja weet u, ik kom uit het onderwijs en een 10 is toch wel een heel uitzonderlijk goed cijfer.
Agent: Maar wij streven er altijd naar om ook heel uitzonderlijk goede service te bieden. Onze medewerkers willen dus graag een 10 scoren.
Ik: Ja kijk als u het normaal vindt dat bij een passende oplossing een 10 wordt gegeven, dan mag u wat mij betreft ook wel een 10 noteren.
Agent: Dank u wel. Heeft u op dit moment nog vragen of kan ik u ergens mee van dienst zijn?
Ik: Nee, dank u.
Agent: Dan wens ik u nog een fijne dag.
Ik: Ik u ook.

Als een router kapot is en je vervangt hem zodat alles weer werkt, dan is dat natuurlijk helemaal goed, uitstekend, briljant eigenlijk en best indrukwekkend.

Knotters

Sinds kort maak ik deel uit van een knotploeg. Het scheelt maar een medeklinker met knokploeg en of wilgen een feitelijk verschil zouden zien – ik betwijfel het, al bestaat de knotploeg haast uitsluitend uit natuurminnende gepensioneerden.

Meteen de eerste keer ging het er ruw aan toe – aanzienlijk fanatieker dan je van een groep in deze leeftijdscategorie zou verwachten. Een door wildgroei uit het zicht geraakte kolk moest weer vrij worden gemaakt. Na een korte inleiding over de geschiedenis van de kolk (die sommigen al te lang duurde) stortten de knotters zich met ladders en vervaarlijk uitziend gereedschap door de wilde bramen van de dijk af naar beneden om de wilgen bij de kolk te lijf te gaan. Ik liet me niet kennen en stortte me met ladder en zaag bewapend er achteraan. Ten overvloede. Alle wilgen bleken al bezet met driftig zagende knotters en de eerste grotere takken (maatje kleine boomstam) zegen al krakend neer en vielen met hun toppen zwiepend in het water van de kolk of rakelings langs een knotter in een naburige wilg.

In een mum van tijd ontstond er een waar slagveld van gesneuvelde takken. En als in een mierenkolonie verspreidde zich het inzicht dat niet alleen knotters, maar vooral ook ruimers gevraagd waren. Zowat de helft van de knotters veranderde spontaan in ruimers en begon grotere en kleinere takken door de bramen over de steile kleihelling heen al glibberend en puffend naar boven te trekken. Mettertijd ontstonden door deze noeste inspanning paden met traptreden in de klei die het klimmen makkelijker maakten. Mijn hart ging tekeer zoals het in de sportschool maar zelden tekeer gaat. Even uitpuffen was soms echt nodig. Maar niet te lang. De dynamiek van het gemier van knotters en ruimers is onontkoombaar en bleef op een hoog peil tot een verzorger koffie, thee en koekjes bracht – even pauze en daarna meteen weer door. Ik zag ruimers met dikke stukken boomstam op de schouder. Daar kun je niet bij achter blijven natuurlijk.

Bij Bootcamp Huissen rent het jonge volk in park Immerloo ook met dat soort boomstammen op en neer. Maar dan vooral op het vlakke en droge terrein en nog volledig nutteloos ook. Watjes, ga toch knotten!

Breng licht in donkere dagen

Sociale woningbouw, personen- en vrachtvervoer, betalingsverkeer, zorg, onderwijs – en misschien missen we nog wat voorheen saaie publieke of semipublieke taken… – de MARKT zou het veel beter doen. We moesten alleen privatiseren en andere leiders hebben uit het bedrijfsleven die opportunities, prospects en leads konden volgen en omzetten in return on investment. De oude stoffige directies moesten wijken voor Raden van Bestuur met een frisse CEO aan het hoofd. En die kon je voor het schamele salaris van een minister-president natuurlijk nooit krijgen. Een dikke leasebak was een must, Maserati zeer welkom. De CEO’s en de grote ondernemingen moesten door onze terugtredende overheid met fluwelen handschoenen worden gefêteerd want anders zouden ze naar het buitenland vertrekken voor nog meer salaris en nog meer rendement (Halbe Zijlstra bijvoorbeeld hanteert dit argument nog steeds!).

Waar fraude en wanbeleid evident zijn geworden, de toezichthouders vervangen zijn, de CEO’s (soms nog net op tijd) het zinkende schip hebben verlaten en onderzoekscommissies de omvang van de financiële ramp in beeld brengen (dat is altijd nog het gemakkelijkste deel), wordt duidelijk dat bijna niets en niemand deze ontwikkelingen, deze mainstream, kon stoppen. Interne critici werd het zwijgen opgelegd. Klokkenluiders moesten het zuur bekopen. De Pompidou’s van het CEO-tijdperk hadden lak aan de eigenlijke saaie taken en probeerden uit te rollen wat zij belangrijk vonden. En als dat niet wou lukken, werd er ten minste een gezichtsbepalend gebouw op een A-locatie neergezet.

Hoe konden we toch in een situatie terecht komen waar bij elke go/no-go-beslissing alleen nog maar het GO van de leider kon klinken? Van onze ministeries moesten we het in elk geval niet hebben en een enkele politica (Tineke Netelenbos) is laatst zelfs als “eenpersoons destructiebedrijf” aangeduid omdat zij op diverse departementen een spoor van vernieling heeft getrokken. Toch een beetje te veel eer voor mevrouw Netelenbos. Wij hebben haar immers haar gang laten gaan. Is collectieve gekte onstuitbaar, destijds, toen en nu? Het lijkt van wel.

Je zou er diep triest van worden, temeer daar ook in onze tijd weer “Bombe mit Bombe (wordt) vergolten” zonder dat dat het probleem echt oplost. Alleen de Krupp’s en de von Bohlen und Halbach’s van nu worden er beter van. Boek en film “Er ist wieder da” zijn helaas hoogst actueel.

Is er dan helemaal geen hoop meer voor de mensheid? Ik kijk in deze donkere dagen graag naar politici en ondernemers die zonder persoonlijk winstoogmerk verantwoordelijkheid nemen, naar onderlinge initiatieven die buiten de gevestigde orde om op basis van deskundigheid en ervaring hun werkterrein met zorg bestrijken. Ze zijn er! Ze doen het goed. Ze verdienen onze aandacht, onze waardering en onze steun.

En dan is er nog de humor. Wat heb ik genoten van het bericht dat ondernemers in Wales dezelfde belastingconstructie hebben opgezet als Facebook en Starbucks. Nu zijn ook zij met hun winsten offshore gegaan. Belastingvrijheid voor iedereen! Dat is gekte met gekte bestrijden. Misschien vinden we onder meer door dit soort acties wel ons verstand weer een beetje terug.

Laten we een list verzinnen. Het moet anders kunnen.

Indrukwekkende rijtjes

Toen ik maar net in Nederland was, maakten veel Nederlanders diepe indruk op me door rijtjes op te dreunen die me totaal niets zeiden, zoals “aus, außer, bei, mit, nach, seit, von, zu”. En dan is dit nog een verkorte versie van een van de kortste en meest bekende rijtjes. Het was misschien bedoeld om mij duidelijk te maken hoe moeilijk de Duitse taal is en hoe zeer men op school zijn best had gedaan om het Duits onder de knie te kijken. De rijtjes werden als mitrailleursalvo’s op mij afgevuurd. Daarna keek de woordjesschutter mij steevast triomfantelijk aan. En inderdaad: ik had er niet van terug en was elke keer weer flabbergasted. Inmiddels beschouw ik het rijtjesopdreunen als een (bijna uitgestorven) kunstvorm. Van deze rijtjes wordt in de dagelijkse praktijk maar zelden gebruik gemaakt. Vandaag trof ik in de Volkskrant bijlage bijvoorbeeld de volgende kop aan: “Der Mann mit ganz viele Eigenschaften”. Schattig.