Bermtoerisme

Nooit gedacht dat ik het zou doen. Langs de (snel)weg tafeltje en stoeltjes neerzetten, koelbox ernaast, picknicken en naar het verkeer kijken of na de TT in Assen de aftocht motoren zien langskomen is ook echt niet mijn ding. Maar nu wandelen en fietsen er tijdelijk niet in zit en we op de eigen tuin een beetje raken uitgekeken, is bermtoerisme een prima afwisseling – bermtoerisme 2.0 dan wel.
Het recept: Of je nou zin hebt om vanuit een bosrand over de bloeiende heide uit te kijken of langs een rivier te gaan zitten scheepjes tellen of wat dan ook, zoek op Google maps een passend gebied, zoom in en ga via streetview de boel verkennen. Dat scheelt een boel gezoek op de weg. Bepaal een afgelegen plekje en voor de zekerheid ook nog een uitwijklocatie, verstuur je plekje naar je navigatie, pak tafel, stoelen, picknick, boeken, verrekijker en fototoestel in de auto en ga op pad.
Laat even weten hoe het is bevallen.

Zonsondergang

Het is niet echt een zomer om over naar huis te schrijven. Maar ’s avonds dacht ik vaak: WOW. Wat een vuurwerk! En twee halo’s zitten er ook nog tussen. Allemaal gezien vanuit mijn werkkamer en gefotografeerd tussen twee bomen door.

Wat wel opvalt: wat schuift de zon elke dag toch al rap weer op richting Westen. Sinterklaas komt eraan. Met oranje Pieten?

Zwarte gaten

Bijna iedereen die je hoort, heeft deze zomer veel meer last van muggen dan anders. Ik ook. Daarom heb ik besloten dat spinnen tijdelijk maar mijn vrienden en bondgenoten moeten zijn. Het is eigenlijk net als in de politiek (als u begrijpt wat ik bedoel).

Maar het gaat nog dieper. Ik zag dat mijn pas geschoren haag wat zwarte gaten vertoonde waar spinnen in trechters van hun netten op prooi zaten te wachten. Dat deed me denken aan de zwarte gaten in het heelal die de materie in hun omgeving opslokken en door hun onvoorstelbare zwaartekracht deuken in het tijdruimte gewricht drukken.

En dan kijk je ineens heel anders naar spinnen en hun webben die op gravitatievelden lijken en waar uiteinden die heel ver van elkaar verwijderd zijn door geheimzinnige ragfijne draden met elkaar verbonden blijven.

Kijkers

Deze druilerige zomer was het helemaal raak. Eerst ontdekte ik een ransuil in een boom boven het fietspad op nog geen 100 m van ons huis. Die kreeg ik niet zo goed op de foto, maar ik zag hem er haast elke avond zitten. Soms was ik een tijd aan het zoeken terwijl die de hele tijd al vlakbij op een tak naar me te kijken zat. En dan was het de vraag: wie kijkt hier naar wie en wie kan de ander het langst in de ogen kijken? Een paar dagen later was een uil (een ransuil volgens mijn kleinzoon Tijn – en die kan het weten) prachtig on show waarvan ik in het donker een flitsfoto kon maken. Die ging later ook op de nok van ons dak zitten. Met de flits van mijn mobieltje kon ik alleen de ogen zichtbaar maken. En tenslotte kreeg ik drie jonge uilen (zullen de kleintjes van de ransuil zijn) voor de lens. Hier de foto’s om mee te genieten.

Chocoladepudding

3, 4, 16, 62 of 5, 7 21, 62 – vraag je niet af wat het gemeenschappelijke achter deze reeksen is: Zo lang ik me kan herinneren vind ik echte goede chocoladepudding lekker en bovenal fascinerend. En dat is nog steeds zo.

Het begint met het prachtige, vette, glimmende, dikke, taaie, gladde vel dat je uitnodigt om er voorzichtig bij de rand beginnend de lepel in te zetten. Maar voor ik dat doe, giet ik er eerst een klein scheutje ouderwetse condens melk (liefst uit blik vanwege de nostalgische smaak) overheen. Niet teveel! De melk moet het oppervlak maar net bedekken. Later kan er desgewenst meer bij. En dan voorzichtig een eerste hap nemen – bestaande uit pudding en vel – en op je tong weg laten smelten terwijl je het kuiltje dat in de pudding is ontstaan vol ziet lopen met koffiemelk. Je kijkt dan in de pudding die er onder zijn beschermde vel kwetsbaar bij ligt en in wiens interessant gestructureerde substantie zich elk moment een spontane barst kan voordoen. Voorzichtig lepelend speur ik dan naar eerste tekenen van zo’n barst en giet de ontstane kuil verder vol met koffiemelk (een barst bevorderende maatregel) . Als de barst te lang op zich laat wachten, prik ik met de lepel van opzij de bovenste laag pudding en vel een klein beetje door of breng boven in het vel een kleine kwetsuur aan al naar gelang ik zin heb.

Dan komt het moment waar ik vanzelf ophoud met eten en alleen nog maar gefascineerd kijk hoe de barst langzaam verder uitscheurt en de koffiemelk haar weg zoekt naar de bodem van de kloof die zich dan in steeds sneller tempo verdiept en zicht geeft op de grillige geologie van de pudding die door de koffiemelk wordt geaccentueerd – een moment van bezinning, een openbaring die sprakeloos maakt. Dit is het. Ik probeer het te beschrijven, maar je kunt het beter zelf ervaren en nagaan wat het in jou naar boven brengt.

Hieronder een afbeelding van een volledig ontwikkelde kloof in een geheel gescheurde pudding met een gekanteld rechter deel. Weergaloos!

Pudding

 

EU lijkt net socialisme

Nog afgezien van het feit dat we ons afvragen of Griekenland er nog wel bij mag horen en dat de Engelsen zich afvragen of ze er nog bij willen horen, dat Oostenrijk Schengen aan zijn laars gaat lappen, dat Polen drie stappen terug doet, Hongarije er per se niet bij lijkt te willen horen, Franse boren sinds jaar en dag in vakantietijd hun groente of mest op de peage kieperen om te voorkomen dat hun land zich aan onwelgevallige EU-afspraken houdt, dat Nederland en Luxemburg graag voor belastingparadijsje spelen enzovoort enzovoort ….. kan ik thuis bij mijn moeder op de bank geen “uitzending gemist” kijken omdat dat in verband met “rechten” vanuit die locatie niet “kan” en mag ik geen gebruik maken van het voertuig van mijn moeder om haar beter mantelzorg te kunnen verlenen omdat ik als ingezetene in Nederland niet met een Duits kenteken mag rondrijden.

En dat is nog maar een hele kleine greep uit de grote hoop ongein. Toen ik in 1975 naar Nederland kwam had ik toch echt gedacht dat het anno nu echt niet meer uit zou maken waar je woont, werkt, tankt, TV kijkt, belasting betaalt of wat dan ook binnen de EU, maar helaas hebben we net als in het socialisme te maken met een “real existierende EU” die ver achter blijft bij – in elk geval – mijn verwachtingen van wat de EU inmiddels had moeten zijn.
Moet de “real existierende EU” dan ook maar ineen storten zodat het socialisme een herkansing kan krijgen? Ik zou eerder zeggen: Kom op. Maak er eindelijk eens wat van.

P.S.: Ondertussen kunnen we natuurlijk wel in veel landen met de Euro betalen (hiep hiep hoerraah) en is een heel aantal andere zaken ook al best goed geregeld. Maar mag het een beetje meer zijn a.u.b.?!

Een prachtige les

Te midden van heethoofden, lasteraars, grote ego’s en emo-kikkers heeft de Duitse bondskanselier in de zaak-Böhmermann op voorbeeldige wijze laten zien hoe het moet en hoe de trias politica werkt.
Omdat die oude wet over het “beledigen van een buitenlands staatshoofd” nu eenmaal nog van kracht is, moet de wet ook worden gevolgd en is het oordeel aan een onafhankelijke rechter. Wie dit niet respecteert, heeft geen recht van spreken als regimes in andere landen alle mogelijke wetten aan hun laars lappen en hun bevolking met politieke willekeur intimideren en terroriseren.
Tegelijk geeft de Duitse bondskanselier duidelijk aan dat het hier een wet betreft die vanuit politiek standpunt als achterhaald kan worden beschouwd en die spoedig kan worden afgeschaft via de weg die de constitutie daarvoor heeft voorzien: het parlement.
Als de Turkse president iets snapt van die les en mans genoeg is zich alsnog EU-waardig te tonen, trekt hij zijn aanklacht tegen Böhmermann per omgaande in.

Nevelochtend in rivierenland

Dikke mist is niet echt iets voor een amateurfotograaf als ik. En als je ’s ochtends naar buiten kijkt en je ziet nevel hangen met daarboven de zon die op doorbreken staat, ben je vaak al te laat. Eergisteren dacht ik dat ik op tijd was om in Meinerswijk wat mooie foto’s te maken. Onderweg kwam ik wat vroege vogels op een dak tegen. Mijn bril was nat van de mist zodat ik dacht dat het nog mistig was, maar in Meinerswijk hing helemaal geen mist meer. En zoals ik eerder ook al eens heb gemerkt, lagen Park Holthuizen en de Bakenhof nog wel in de mist maar was het verder naar het Westen toe al helder.

Al bij al besefte ik weer hoe vaak je vroeg moet opstaan en hoeveel deskundigheid en volharding erbij komen kijken als je mooie foto’s wilt maken in ons prachtige rivierenlandschap. Toch heeft de fietstocht een paar mooie plaatjes opgeleverd aan de rand van het stedelijk gebied. En – we blijven het proberen …

Wel sjoemelsoftware in examens

Het leek er even op dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het College voor Toetsen en Examens een einde wilden maken aan het beleid dat tot een ware epidemie van dyslexieverklaringen heeft geleid. Maar onder grote politieke druk is het verbod op de spelcorrector voor dyslectici bij het eindexamen Nederlands weer ingetrokken. Nu al zo lang speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici gelden bij het eindexamen is het kennelijk moeilijk deze maatregelen weer terug te draaien, hoe ondermijnend zij voor de (talen)examens en het onderwijs als geheel ook uitpakken.

Wat begonnen is als een goed bedoelde noodgreep om een kleine groep leerlingen met een beperking in het examen tegemoet te komen, heeft zich helaas ontpopt als pathogeen beleid. Dyslexie kon daardoor een ware groeimarkt worden met een sterke lobby.

Toch blijft te hopen dat de speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici bij – in elk geval de eindexamens talen – nu hun langste tijd hebben gehad. Het verbod op de spelcorrector is immers vooral teruggedraaid omdat het wellicht te plotseling en onverwachts kwam. Wie weet, wordt er ondertussen al hard aan alternatief beleid gewerkt. En mogelijk kun je dan in niet al te verre toekomst er ook weer van uitgaan dat iemand met een voldoende voor leesvaardigheid ook werkelijk leesvaardig is.

Hoe dan ook is aan te bevelen dat de examens uit de invloedssfeer van politieke belangen worden gehaald en worden toevertrouwd aan de wetenschap die naar de best mogelijke meetinstrumenten zoekt en deze voor het onderwijs ontwikkelt. Een examen leesvaardigheid Nederlands dat spelvaardigheid nog even met of zonder sjoemelsoftware marginaal “meeneemt” zou dan overigens ook geen enkel bestaansrecht meer hebben omdat het volstrekt ongeschikt is om spelvaardigheid deugdelijk te meten.

Geen sjoemelsoftware in examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) heeft bepaald dat dyslectische leerlingen bij de toetsing van spellingvaardigheid geen spellingcontrole mogen gebruiken. Dat is terecht en logisch. Die toetsing is immers bedoeld om erachter te komen of iemand kan spellen en niet om te weten te komen of iemand gebruik kan maken van de spellingchecker op een computer.
En waarom zou een bepaalde groep van de kandidaten hulpmiddelen mogen gebruiken en de rest niet? “Examens moeten voor iedereen gelijk zijn”, stelde een woordvoerder van het ministerie van onderwijs. En gelijk heeft het ministerie. Validiteit, betrouwbaarheid en objectiviteit zijn immers de hoekstenen van examens.

Maar waar komt dan toch de opvatting vandaan dat dyslectische leerlingen bij taaltoetsen gebruik zouden moeten kunnen maken van “sjoemelsoftware” of andere “hulp”middelen?

Ik kan hier eigenlijk slechts één verklaring voor bedenken: men schiet door. Als het gaat om het toetsen van bijvoorbeeld aardrijkskundige kennis en vaardigheid is het uiteraard niet de bedoeling dat kandidaten met dyslexie daarbij slecht scoren doordat zij de opgaven niet goed of snel genoeg kunnen lezen. Verschillen in louter leesvaardigheid mogen hier geen invloed hebben op de score. Verklanking van de opgaven kan in dit geval helpen leesproblemen te elimineren. Uiteraard moet die verklanking dan weer voor alle kandidaten beschikbaar zijn om gelijke afnamecondities te garanderen.

Het streven om groepen kandidaten te compenseren voor specifieke beperkingen blijft hoe dan ook problematisch. Voor dyslexie is er veel aandacht. Moeilijke thuissituaties van kandidaten worden daartegen niet als een beperking gezien die om aanpassing in de examens vraagt. Hoe zou dat ook moeten? Ook zijn er geen maatregelen in gesprek om een laag IQ te compenseren. En wat te vinden van verschillen in de kwaliteit van de school en de docenten waar de kandidaten onderwijs hebben gevolgd?

Uiteindelijk is het ondoenlijk om iedere leerling in het examen individueel te compenseren voor zijn of haar beperking(en). Elk streven dat deze richting op gaat vermindert de waarde van de diploma’s en verzwakt de functie van toetsing en examinering als ijkpunt voor de beoordeling van kennis en vaardigheden in het onderwijs.

Er is nog een ander fundamenteel bezwaar om bepaalde groepen leerlingen andere toetsen of toetsen onder andere condities te laten maken zonder dit op de cijferlijst en/of het diploma te vermelden. Hiermee wordt namelijk de indruk gewekt, dat deze leerlingen er zonder “hulp” niet kunnen komen en dat een bepaalde mate van “fraude” maatschappelijk geaccepteerd, geoorloofd en zelfs noodzakelijk is. Dit is een signaal dat juist van het onderwijs niet uit zou moeten gaan.

Geen enkele manipulatie met toetsing en examinering kan woordblinde leerlingen leesvaardig maken, blinde leerlingen ziend noch dove leerlingen horend. Toetsen en examens die die suggestie moeten wekken en die aangepast worden om feiten te verdoezelen doen precies het tegenovergestelde van wat zijn moeten doen: duidelijke en bruikbare resultaten genereren.

Toetsing en examinering zijn dan ook alleen dan van waarde als iedereen langs dezelfde lat wordt gelegd. De gemeten prestaties kunnen vervolgens wel worden gezien in het licht van aanwezige beperkingen. Het ministerie heeft laten zien dat leerlingen ook met een 4,5 voor de rekentoets kunnen slagen zolang het onderwijs hen nog niet in voldoende mate in staat heeft gesteld minimaal een 5,5 te behalen. Dit betreft een beperking van het onderwijs. Dus waarom zouden bijvoorbeeld dyslectische leerlingen met een voor hen zeer achtbare 4,5 voor spellingvaardigheid of leesvaardigheid niet voor het examen Nederlands of een examen in een van de moderne vreemde talen kunnen slagen?

Het lijkt mij aanzienlijk transparanter en alleszins beter om leerlingen bij de zak-/slaagbeslissing te compenseren voor beperkingen dan door middel van manipulaties in toetsen en examens. Ik besef daarbij dat dat voor blinde en dove leerlingen niet zal lukken, maar ik hoop dat de politiek deze overwegingen toch betrekt bij de discussie over de toetsing spellingvaardigheid en de besluitvorming over toetsing en examinering in het algemeen.