Nevelochtend in rivierenland

Dikke mist is niet echt iets voor een amateurfotograaf als ik. En als je ’s ochtends naar buiten kijkt en je ziet nevel hangen met daarboven de zon die op doorbreken staat, ben je vaak al te laat. Eergisteren dacht ik dat ik op tijd was om in Meinerswijk wat mooie foto’s te maken. Onderweg kwam ik wat vroege vogels op een dak tegen. Mijn bril was nat van de mist zodat ik dacht dat het nog mistig was, maar in Meinerswijk hing helemaal geen mist meer. En zoals ik eerder ook al eens heb gemerkt, lagen Park Holthuizen en de Bakenhof nog wel in de mist maar was het verder naar het Westen toe al helder.

Al bij al besefte ik weer hoe vaak je vroeg moet opstaan en hoeveel deskundigheid en volharding erbij komen kijken als je mooie foto’s wilt maken in ons prachtige rivierenlandschap. Toch heeft de fietstocht een paar mooie plaatjes opgeleverd aan de rand van het stedelijk gebied. En – we blijven het proberen …

Wel sjoemelsoftware in examens

Het leek er even op dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het College voor Toetsen en Examens een einde wilden maken aan het beleid dat tot een ware epidemie van dyslexieverklaringen heeft geleid. Maar onder grote politieke druk is het verbod op de spelcorrector voor dyslectici bij het eindexamen Nederlands weer ingetrokken. Nu al zo lang speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici gelden bij het eindexamen is het kennelijk moeilijk deze maatregelen weer terug te draaien, hoe ondermijnend zij voor de (talen)examens en het onderwijs als geheel ook uitpakken.

Wat begonnen is als een goed bedoelde noodgreep om een kleine groep leerlingen met een beperking in het examen tegemoet te komen, heeft zich helaas ontpopt als pathogeen beleid. Dyslexie kon daardoor een ware groeimarkt worden met een sterke lobby.

Toch blijft te hopen dat de speciale voorzieningen en/of extra tijd voor dyslectici bij – in elk geval de eindexamens talen – nu hun langste tijd hebben gehad. Het verbod op de spelcorrector is immers vooral teruggedraaid omdat het wellicht te plotseling en onverwachts kwam. Wie weet, wordt er ondertussen al hard aan alternatief beleid gewerkt. En mogelijk kun je dan in niet al te verre toekomst er ook weer van uitgaan dat iemand met een voldoende voor leesvaardigheid ook werkelijk leesvaardig is.

Hoe dan ook is aan te bevelen dat de examens uit de invloedssfeer van politieke belangen worden gehaald en worden toevertrouwd aan de wetenschap die naar de best mogelijke meetinstrumenten zoekt en deze voor het onderwijs ontwikkelt. Een examen leesvaardigheid Nederlands dat spelvaardigheid nog even met of zonder sjoemelsoftware marginaal “meeneemt” zou dan overigens ook geen enkel bestaansrecht meer hebben omdat het volstrekt ongeschikt is om spelvaardigheid deugdelijk te meten.

Geen sjoemelsoftware in examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) heeft bepaald dat dyslectische leerlingen bij de toetsing van spellingvaardigheid geen spellingcontrole mogen gebruiken. Dat is terecht en logisch. Die toetsing is immers bedoeld om erachter te komen of iemand kan spellen en niet om te weten te komen of iemand gebruik kan maken van de spellingchecker op een computer.
En waarom zou een bepaalde groep van de kandidaten hulpmiddelen mogen gebruiken en de rest niet? “Examens moeten voor iedereen gelijk zijn”, stelde een woordvoerder van het ministerie van onderwijs. En gelijk heeft het ministerie. Validiteit, betrouwbaarheid en objectiviteit zijn immers de hoekstenen van examens.

Maar waar komt dan toch de opvatting vandaan dat dyslectische leerlingen bij taaltoetsen gebruik zouden moeten kunnen maken van “sjoemelsoftware” of andere “hulp”middelen?

Ik kan hier eigenlijk slechts één verklaring voor bedenken: men schiet door. Als het gaat om het toetsen van bijvoorbeeld aardrijkskundige kennis en vaardigheid is het uiteraard niet de bedoeling dat kandidaten met dyslexie daarbij slecht scoren doordat zij de opgaven niet goed of snel genoeg kunnen lezen. Verschillen in louter leesvaardigheid mogen hier geen invloed hebben op de score. Verklanking van de opgaven kan in dit geval helpen leesproblemen te elimineren. Uiteraard moet die verklanking dan weer voor alle kandidaten beschikbaar zijn om gelijke afnamecondities te garanderen.

Het streven om groepen kandidaten te compenseren voor specifieke beperkingen blijft hoe dan ook problematisch. Voor dyslexie is er veel aandacht. Moeilijke thuissituaties van kandidaten worden daartegen niet als een beperking gezien die om aanpassing in de examens vraagt. Hoe zou dat ook moeten? Ook zijn er geen maatregelen in gesprek om een laag IQ te compenseren. En wat te vinden van verschillen in de kwaliteit van de school en de docenten waar de kandidaten onderwijs hebben gevolgd?

Uiteindelijk is het ondoenlijk om iedere leerling in het examen individueel te compenseren voor zijn of haar beperking(en). Elk streven dat deze richting op gaat vermindert de waarde van de diploma’s en verzwakt de functie van toetsing en examinering als ijkpunt voor de beoordeling van kennis en vaardigheden in het onderwijs.

Er is nog een ander fundamenteel bezwaar om bepaalde groepen leerlingen andere toetsen of toetsen onder andere condities te laten maken zonder dit op de cijferlijst en/of het diploma te vermelden. Hiermee wordt namelijk de indruk gewekt, dat deze leerlingen er zonder “hulp” niet kunnen komen en dat een bepaalde mate van “fraude” maatschappelijk geaccepteerd, geoorloofd en zelfs noodzakelijk is. Dit is een signaal dat juist van het onderwijs niet uit zou moeten gaan.

Geen enkele manipulatie met toetsing en examinering kan woordblinde leerlingen leesvaardig maken, blinde leerlingen ziend noch dove leerlingen horend. Toetsen en examens die die suggestie moeten wekken en die aangepast worden om feiten te verdoezelen doen precies het tegenovergestelde van wat zijn moeten doen: duidelijke en bruikbare resultaten genereren.

Toetsing en examinering zijn dan ook alleen dan van waarde als iedereen langs dezelfde lat wordt gelegd. De gemeten prestaties kunnen vervolgens wel worden gezien in het licht van aanwezige beperkingen. Het ministerie heeft laten zien dat leerlingen ook met een 4,5 voor de rekentoets kunnen slagen zolang het onderwijs hen nog niet in voldoende mate in staat heeft gesteld minimaal een 5,5 te behalen. Dit betreft een beperking van het onderwijs. Dus waarom zouden bijvoorbeeld dyslectische leerlingen met een voor hen zeer achtbare 4,5 voor spellingvaardigheid of leesvaardigheid niet voor het examen Nederlands of een examen in een van de moderne vreemde talen kunnen slagen?

Het lijkt mij aanzienlijk transparanter en alleszins beter om leerlingen bij de zak-/slaagbeslissing te compenseren voor beperkingen dan door middel van manipulaties in toetsen en examens. Ik besef daarbij dat dat voor blinde en dove leerlingen niet zal lukken, maar ik hoop dat de politiek deze overwegingen toch betrekt bij de discussie over de toetsing spellingvaardigheid en de besluitvorming over toetsing en examinering in het algemeen.

Een TIEN

Agent: Goede middag mijnheer, ik bel u omdat u volgens onze gegevens afgelopen woensdag contact hebt gehad met de servicedesk van Telfort. Wij willen graag weten hoe tevreden onze klanten zijn met onze dienstverlening. Mag ik u een paar vragen stellen over het contact met onze servicedesk.
Ik: Ja
Agent: Is uw vraag naar tevredenheid beantwoord of is uw probleem verholpen?
Ik: Ja, bij ons viel de wifi uit en ook de bekabelde verbinding. We hebben de router een paar keer uit het stopcontact gehaald en daarna werkte het wel weer, maar het bleef terugkomen. Uw collega heeft nog wat vragen gesteld en geconcludeerd dat de router onbetrouwbaar was. De router is nu vervangen en alles werkt weer. Voor hoe lang, weet ik nog niet.
Agent: Dat hoor ik graag en hopelijk blijft het goed werken. Mag ik vragen welk cijfer op de schaal van 1-10 u de medewerker van de servicedesk zou willen geven, waarbij 1 heel erg slecht is en 10 heel erg goed.
Ik: Nou ja, dat is lastig. Ik zou zeggen: gewoon goed, dus een 8.
Agent: U geeft de medewerker een 8. Heeft u verbetervoorstellen waarmee wij ons voordeel kunnen doen?
Ik: Nou, eigenlijk niet direct.
Agent: Mag ik dan vragen waarom u geen 10 geeft?
Ik: Ja weet u, ik kom uit het onderwijs en een 10 is toch wel een heel uitzonderlijk goed cijfer.
Agent: Maar wij streven er altijd naar om ook heel uitzonderlijk goede service te bieden. Onze medewerkers willen dus graag een 10 scoren.
Ik: Ja kijk als u het normaal vindt dat bij een passende oplossing een 10 wordt gegeven, dan mag u wat mij betreft ook wel een 10 noteren.
Agent: Dank u wel. Heeft u op dit moment nog vragen of kan ik u ergens mee van dienst zijn?
Ik: Nee, dank u.
Agent: Dan wens ik u nog een fijne dag.
Ik: Ik u ook.

Als een router kapot is en je vervangt hem zodat alles weer werkt, dan is dat natuurlijk helemaal goed, uitstekend, briljant eigenlijk en best indrukwekkend.

Knotters

Sinds kort maak ik deel uit van een knotploeg. Het scheelt maar een medeklinker met knokploeg en of wilgen een feitelijk verschil zouden zien – ik betwijfel het, al bestaat de knotploeg haast uitsluitend uit natuurminnende gepensioneerden.

Meteen de eerste keer ging het er ruw aan toe – aanzienlijk fanatieker dan je van een groep in deze leeftijdscategorie zou verwachten. Een door wildgroei uit het zicht geraakte kolk moest weer vrij worden gemaakt. Na een korte inleiding over de geschiedenis van de kolk (die sommigen al te lang duurde) stortten de knotters zich met ladders en vervaarlijk uitziend gereedschap door de wilde bramen van de dijk af naar beneden om de wilgen bij de kolk te lijf te gaan. Ik liet me niet kennen en stortte me met ladder en zaag bewapend er achteraan. Ten overvloede. Alle wilgen bleken al bezet met driftig zagende knotters en de eerste grotere takken (maatje kleine boomstam) zegen al krakend neer en vielen met hun toppen zwiepend in het water van de kolk of rakelings langs een knotter in een naburige wilg.

In een mum van tijd ontstond er een waar slagveld van gesneuvelde takken. En als in een mierenkolonie verspreidde zich het inzicht dat niet alleen knotters, maar vooral ook ruimers gevraagd waren. Zowat de helft van de knotters veranderde spontaan in ruimers en begon grotere en kleinere takken door de bramen over de steile kleihelling heen al glibberend en puffend naar boven te trekken. Mettertijd ontstonden door deze noeste inspanning paden met traptreden in de klei die het klimmen makkelijker maakten. Mijn hart ging tekeer zoals het in de sportschool maar zelden tekeer gaat. Even uitpuffen was soms echt nodig. Maar niet te lang. De dynamiek van het gemier van knotters en ruimers is onontkoombaar en bleef op een hoog peil tot een verzorger koffie, thee en koekjes bracht – even pauze en daarna meteen weer door. Ik zag ruimers met dikke stukken boomstam op de schouder. Daar kun je niet bij achter blijven natuurlijk.

Bij Bootcamp Huissen rent het jonge volk in park Immerloo ook met dat soort boomstammen op en neer. Maar dan vooral op het vlakke en droge terrein en nog volledig nutteloos ook. Watjes, ga toch knotten!

Breng licht in donkere dagen

Sociale woningbouw, personen- en vrachtvervoer, betalingsverkeer, zorg, onderwijs – en misschien missen we nog wat voorheen saaie publieke of semipublieke taken… – de MARKT zou het veel beter doen. We moesten alleen privatiseren en andere leiders hebben uit het bedrijfsleven die opportunities, prospects en leads konden volgen en omzetten in return on investment. De oude stoffige directies moesten wijken voor Raden van Bestuur met een frisse CEO aan het hoofd. En die kon je voor het schamele salaris van een minister-president natuurlijk nooit krijgen. Een dikke leasebak was een must, Maserati zeer welkom. De CEO’s en de grote ondernemingen moesten door onze terugtredende overheid met fluwelen handschoenen worden gefêteerd want anders zouden ze naar het buitenland vertrekken voor nog meer salaris en nog meer rendement (Halbe Zijlstra bijvoorbeeld hanteert dit argument nog steeds!).

Waar fraude en wanbeleid evident zijn geworden, de toezichthouders vervangen zijn, de CEO’s (soms nog net op tijd) het zinkende schip hebben verlaten en onderzoekscommissies de omvang van de financiële ramp in beeld brengen (dat is altijd nog het gemakkelijkste deel), wordt duidelijk dat bijna niets en niemand deze ontwikkelingen, deze mainstream, kon stoppen. Interne critici werd het zwijgen opgelegd. Klokkenluiders moesten het zuur bekopen. De Pompidou’s van het CEO-tijdperk hadden lak aan de eigenlijke saaie taken en probeerden uit te rollen wat zij belangrijk vonden. En als dat niet wou lukken, werd er ten minste een gezichtsbepalend gebouw op een A-locatie neergezet.

Hoe konden we toch in een situatie terecht komen waar bij elke go/no-go-beslissing alleen nog maar het GO van de leider kon klinken? Van onze ministeries moesten we het in elk geval niet hebben en een enkele politica (Tineke Netelenbos) is laatst zelfs als “eenpersoons destructiebedrijf” aangeduid omdat zij op diverse departementen een spoor van vernieling heeft getrokken. Toch een beetje te veel eer voor mevrouw Netelenbos. Wij hebben haar immers haar gang laten gaan. Is collectieve gekte onstuitbaar, destijds, toen en nu? Het lijkt van wel.

Je zou er diep triest van worden, temeer daar ook in onze tijd weer “Bombe mit Bombe (wordt) vergolten” zonder dat dat het probleem echt oplost. Alleen de Krupp’s en de von Bohlen und Halbach’s van nu worden er beter van. Boek en film “Er ist wieder da” zijn helaas hoogst actueel.

Is er dan helemaal geen hoop meer voor de mensheid? Ik kijk in deze donkere dagen graag naar politici en ondernemers die zonder persoonlijk winstoogmerk verantwoordelijkheid nemen, naar onderlinge initiatieven die buiten de gevestigde orde om op basis van deskundigheid en ervaring hun werkterrein met zorg bestrijken. Ze zijn er! Ze doen het goed. Ze verdienen onze aandacht, onze waardering en onze steun.

En dan is er nog de humor. Wat heb ik genoten van het bericht dat ondernemers in Wales dezelfde belastingconstructie hebben opgezet als Facebook en Starbucks. Nu zijn ook zij met hun winsten offshore gegaan. Belastingvrijheid voor iedereen! Dat is gekte met gekte bestrijden. Misschien vinden we onder meer door dit soort acties wel ons verstand weer een beetje terug.

Laten we een list verzinnen. Het moet anders kunnen.

Driedubbele maansverduistering

Als ik niet toevallig slecht had gedroomd en ook niet naar de WC had gemoeten dan was ik waarschijnlijk gewoon door blijven slapen. Maar toen ik gezien had dat het helder was, heb ik mijn skipak over mijn pyjama getrokken, heb dikke sokken aan gedaan, een muts op mijn kop gezet en ben met camera en statief de tuin in gegaan.

Ik ben amateur, mijn foto-uitrusting is niet “pro” en het bleef ook niet helder. Bij de verwachtte maansverduistering kwam dus de versluiering door de wolken. En dan vroeg ik me steeds af, waarom ik toch ondanks alle verwoede pogingen die met heel wat gehijg en gekreun gepaard gingen mijn object niet scherp in beeld kreeg – het was mijn hete adem die op de lens was gecondenseerd…

Je leert in elk geval heel wat over scherp stellen en ISO’s als je twee uur lang blijft oefenen. En de maan blijft ook niet stil staan! Enfin, dit is het resultaat. Meer kon ik er met mijn kunnen en middelen niet van maken. Maar voor wie is blijven doorslapen: hier een kleine impressie van de tijd tussen 03:15 en 05:15 vanuit Huissen NW.

Indrukwekkende rijtjes

Toen ik maar net in Nederland was, maakten veel Nederlanders diepe indruk op me door rijtjes op te dreunen die me totaal niets zeiden, zoals “aus, außer, bei, mit, nach, seit, von, zu”. En dan is dit nog een verkorte versie van een van de kortste en meest bekende rijtjes. Het was misschien bedoeld om mij duidelijk te maken hoe moeilijk de Duitse taal is en hoe zeer men op school zijn best had gedaan om het Duits onder de knie te kijken. De rijtjes werden als mitrailleursalvo’s op mij afgevuurd. Daarna keek de woordjesschutter mij steevast triomfantelijk aan. En inderdaad: ik had er niet van terug en was elke keer weer flabbergasted. Inmiddels beschouw ik het rijtjesopdreunen als een (bijna uitgestorven) kunstvorm. Van deze rijtjes wordt in de dagelijkse praktijk maar zelden gebruik gemaakt. Vandaag trof ik in de Volkskrant bijlage bijvoorbeeld de volgende kop aan: “Der Mann mit ganz viele Eigenschaften”. Schattig.

Gezellig achter tralies

Een vleeshandelaar in Brabant is veroordeeld tot 2,5 jaar cel omdat hij paardenvlees door rundvlees heeft gemengd zonder dit kenbaar te maken. Bovendien schijnt een gering aantal van die paarden een bepaalde dosis diergeneesmiddelen te hebben bevat, wat schadelijk kan zijn voor de mens.
Een terechte straf, denk ik, hoewel ik paardenvlees net zo lekker vind als rundvlees – misschien wel lekkerder.
Maar hoe zit het met anderen die er vrolijk op los mengen? Neem bepaalde bankiers die derivaten in elkaar knutselen tot niemand meer weet wat erin zit en die dan verkocht worden als veelbelovende producten. Van de mix van de vleeshandelaar kun je denk ik hooguit een beetje ziek worden. Rommelconstructies in bijvoorbeeld beleggingshypotheken hebben mensen geruïneerd. Hier passen m.i. veel en veel hogere straffen.
Of neem “voorlichters” in politiek en bedrijfsleven die met halve waarheden en hele leugens de “imago’s” van hun werkgevers overeind houden tot onomstotelijk is bewezen dat van hun plaatjes weinig klopt.
Nog erger zijn kwaliteitscontroleurs (accountants maar ook anderen) die in hun verslaglegging wezenlijke informatie weglaten of onjuist presenteren. Enfin, vul de lijst maar aan. Zouden al deze fraudeurs de vleeshandelaar niet gezelschap moeten houden?

Uber, Uber über alles

De illegale taxionderneming Uber heeft bijna ieders sympathie – nota bene tot in de Tweede Kamer toe! Is het het rebelse dat ons overhaalt? De strijd tegen de gevestigde orde van de georganiseerde taxibendes in de grote steden? Is het omdat de chauffeurs van Uber onze buurman of buurvrouw zouden kunnen zijn? Omdat een rit met Uber zo veel goedkoper is? Omdat het zo gemakkelijk werkt?

Uber is een onderneming nieuwe stijl. Uber heeft lak aan wetten. Uber betaalt geen BTW. Uber beschouwt Uber-chauffeurs als particulieren die niet Btw-plichtig zijn. Als die particulieren bij hun organisatie aankloppen voor steun in de strijd tegen de fiscus zijn het weer zelfstandige ondernemers waar Uber niets mee te maken wil hebben. Uber maakt net als andere moderne ondernemingen gebruik van de (slechte) economische situatie van (haar) Zzp’ers.

Uber is dus ook niet alles. Maar onze sympathie voor Uber toont misschien dat wij schoon genoeg hebben van de gevestigde orde (politiek, banken, belastingdienst, toezichthouders, ondernemingen …) die binnen de marges van de wet volop doen wat men niet behoort te doen. Kortom: We vinden de nieuwe boeven aardiger dan de oude boeven. Dat geeft te denken. En dat zou het begin van iets moois kunnen zijn.