Maandelijks archief: januari 2016

Een TIEN

Agent: Goede middag mijnheer, ik bel u omdat u volgens onze gegevens afgelopen woensdag contact hebt gehad met de servicedesk van Telfort. Wij willen graag weten hoe tevreden onze klanten zijn met onze dienstverlening. Mag ik u een paar vragen stellen over het contact met onze servicedesk.
Ik: Ja
Agent: Is uw vraag naar tevredenheid beantwoord of is uw probleem verholpen?
Ik: Ja, bij ons viel de wifi uit en ook de bekabelde verbinding. We hebben de router een paar keer uit het stopcontact gehaald en daarna werkte het wel weer, maar het bleef terugkomen. Uw collega heeft nog wat vragen gesteld en geconcludeerd dat de router onbetrouwbaar was. De router is nu vervangen en alles werkt weer. Voor hoe lang, weet ik nog niet.
Agent: Dat hoor ik graag en hopelijk blijft het goed werken. Mag ik vragen welk cijfer op de schaal van 1-10 u de medewerker van de servicedesk zou willen geven, waarbij 1 heel erg slecht is en 10 heel erg goed.
Ik: Nou ja, dat is lastig. Ik zou zeggen: gewoon goed, dus een 8.
Agent: U geeft de medewerker een 8. Heeft u verbetervoorstellen waarmee wij ons voordeel kunnen doen?
Ik: Nou, eigenlijk niet direct.
Agent: Mag ik dan vragen waarom u geen 10 geeft?
Ik: Ja weet u, ik kom uit het onderwijs en een 10 is toch wel een heel uitzonderlijk goed cijfer.
Agent: Maar wij streven er altijd naar om ook heel uitzonderlijk goede service te bieden. Onze medewerkers willen dus graag een 10 scoren.
Ik: Ja kijk als u het normaal vindt dat bij een passende oplossing een 10 wordt gegeven, dan mag u wat mij betreft ook wel een 10 noteren.
Agent: Dank u wel. Heeft u op dit moment nog vragen of kan ik u ergens mee van dienst zijn?
Ik: Nee, dank u.
Agent: Dan wens ik u nog een fijne dag.
Ik: Ik u ook.

Als een router kapot is en je vervangt hem zodat alles weer werkt, dan is dat natuurlijk helemaal goed, uitstekend, briljant eigenlijk en best indrukwekkend.

Knotters

Sinds kort maak ik deel uit van een knotploeg. Het scheelt maar een medeklinker met knokploeg en of wilgen een feitelijk verschil zouden zien – ik betwijfel het, al bestaat de knotploeg haast uitsluitend uit natuurminnende gepensioneerden.

Meteen de eerste keer ging het er ruw aan toe – aanzienlijk fanatieker dan je van een groep in deze leeftijdscategorie zou verwachten. Een door wildgroei uit het zicht geraakte kolk moest weer vrij worden gemaakt. Na een korte inleiding over de geschiedenis van de kolk (die sommigen al te lang duurde) stortten de knotters zich met ladders en vervaarlijk uitziend gereedschap door de wilde bramen van de dijk af naar beneden om de wilgen bij de kolk te lijf te gaan. Ik liet me niet kennen en stortte me met ladder en zaag bewapend er achteraan. Ten overvloede. Alle wilgen bleken al bezet met driftig zagende knotters en de eerste grotere takken (maatje kleine boomstam) zegen al krakend neer en vielen met hun toppen zwiepend in het water van de kolk of rakelings langs een knotter in een naburige wilg.

In een mum van tijd ontstond er een waar slagveld van gesneuvelde takken. En als in een mierenkolonie verspreidde zich het inzicht dat niet alleen knotters, maar vooral ook ruimers gevraagd waren. Zowat de helft van de knotters veranderde spontaan in ruimers en begon grotere en kleinere takken door de bramen over de steile kleihelling heen al glibberend en puffend naar boven te trekken. Mettertijd ontstonden door deze noeste inspanning paden met traptreden in de klei die het klimmen makkelijker maakten. Mijn hart ging tekeer zoals het in de sportschool maar zelden tekeer gaat. Even uitpuffen was soms echt nodig. Maar niet te lang. De dynamiek van het gemier van knotters en ruimers is onontkoombaar en bleef op een hoog peil tot een verzorger koffie, thee en koekjes bracht – even pauze en daarna meteen weer door. Ik zag ruimers met dikke stukken boomstam op de schouder. Daar kun je niet bij achter blijven natuurlijk.

Bij Bootcamp Huissen rent het jonge volk in park Immerloo ook met dat soort boomstammen op en neer. Maar dan vooral op het vlakke en droge terrein en nog volledig nutteloos ook. Watjes, ga toch knotten!