Maandelijks archief: december 2013

Zinloos werk

De Volkskrant van 24 december kopte met:

“Amsterdamse bijstandsgerechtigden moeten verplicht ‘zinloos en vernederend’ werk doen
Schoenen poetsen voor bijstand

Als ik aan zinloos werk denk, dan denk ik aan

  • het bouwen van een kweekreactor die vervolgens alleen nog maar als pretpark kan worden gebruikt
  • het trekken van een goederenspoorlijn dwars door het land die vervolgens door vervoerders wordt gemeden
  • het bedrijven van de privatisering van een systeembank die vervolgens moet aankloppen voor staatssteun en die daarna broodnodig wordt gemist
  • het privatiseren van tal van overheidstaken en opsplitsen van organisaties die er vervolgens een puinhoop van maken (met bijvoorbeeld NS, Breng, Connection, Arriva en Syntus sta je letterlijk voor paal(tjes))
  • het bouwen van kantoorpanden waar niemand behoefte aan heeft
  • het aanleggen van wildtunnels die aan de overkant dood lopen
  • ….

De zinloosheid van dit werk is des te schrijnender naarmate er meer geld en menskracht aan wordt besteed. Een hoge, extreem hoge of exorbitant hoge dotering van dit werk maakt het niet zinvoller. In tegendeel. Zij is hooguit voor de betrokkenen in zekere – maar eigenlijk wrange – zin prettig.
Het poetsen van schoenen is een vorm van goed onderhoud. Je kunt het zien als een directe bijdrage aan duurzaamheid. Het geeft de drager ervan een prettig gevoel hetgeen ook weer een positieve spin off kan hebben. Als het poetsen van schonen dan ook nog tegen zeer geringe kosten of zelfs om niet wordt uitgevoerd, is er sprake van een positief rendement. Dat is veel en veel beter dan het aanzienlijk negatieve rendement (de puinhoop) van boven genoemde voorbeelden van (hoog) betaald werk.
Ik beveel Amsterdamse bijstandsgerechtigden aan om dit schitterende fragment van Mark Twain, Tom Sawyer, te lezen. Maar ook anderen kunnen er hun voordeel mee doen. Misschien verandert je leven er wel door.

Gordon

Ik heb me nog een tijdje afgevraagd of het niet te veel eer voor Gordon zou zijn om een blog aan hem te wijden. Het is dan ook meer uit medeleven met de Chinezen in Nederland dat ik als oud-mof in de toetsen klim. En het gaat ook niet om lolbroek Gordon alleen.

Als Gordon midden jaren 70 jurylid was geweest en ik zou hebben meegedaan als talent (onvoorstelbaar) – hij zou vast hebben gevraagd of ik niet eerst de fiets van zijn opoe wou terugbrengen. Ik heb toen zelf niet veel hinder ervaren van mijn mofricaanse komaf, maar je moest er als Duitser in Nederland toch wel tegen kunnen dat er opmerkingen en grapjes werden gemaakt. Aanval was soms nog de beste verdediging. Dan sprak ik in de derde persoon over mezelf als mof. Dat neemt de wind uit de zeilen. Op een gegeven moment houdt het op.

Later heb ik de opkomst van de kut-Marokkanen als welkome bliksemafleider ervaren. De mof kreeg wat meer lucht en gaandeweg zijn Nederlanders zelfs steeds meer van Duitsers gaan houden. Het lijkt soms wel of Nederlanders Duitsland (en vooral Berlijn) nu net zo ophemelen als dat voorheen omgekeerd het geval is geweest. Dat kan toch ook niet lang goed gaan?

Als blanke Duitser heb je het voordeel dat je uiterlijk niet te onderscheiden bent van een blanke Nederlander. Als je dan ook nog “Scheveningen” en “Suikerklontje” foutloos kunt uitspreken wordt je niet meer in de verkeerde richting gestuurd als je naar het station moet. Als echte Chinees blijf je de pisang. Een makkelijk doelwit voor figuren als Gordon. En de Gordons zijn talrijk en overal vertegenwoordigd. Zij hebben al genoeg aan veel kleinere verschillen. Kom maar eens als Noord-Hollander terecht in een zuiver Brabantse gemeenschap of als “Limbo” in Friesland…

Het verschijnsel is zeker ook niet typisch Nederlands. De Gordon zit in ieder van ons (excuses bij voorbaat aan wie zich Gordon-vrij weet). Het houdt pas op als ieder zich afvraagt of het wel zo nodig is om verschillen met anderen te benoemen teneinde de eigen groep te behagen.

Een dergelijk kritische houding mag in de allereerste plaats toch wel worden verwacht van een jurylid.

La Grande Belezza

Toen de eerste keer dat ik de film zag na 25 minuten een aantal mensen de zaal uitliep, vroeg ook ik mij af: “Waar gaat dit eigenlijk over?” Maar ik had geen enkele aanvechting de zaal te verlaten. In tegendeel – ik zat geboeid naar de wisselende scenes te kijken. Ik vind Rome een fascinerende stad en genoot van de prachtige opnames. En omdat ik op feesten ook zonder al te veel drugs goed los kan gaan, zwierde ik als het ware mee in de polonaises. Lekker het hoofd leeg. Sensueel, decadent, lol, zonder dat het echt boeit. Het deed me denken aan Goethes Faust, de hoogleraar die zich gefrustreerd uit de wetenschap en de leer had teruggetrokken en via de magie verder tot de kern der dingen trachtte door te dringen. Hij feest in de wilde Walpurgisnacht met de heksen maar vind daar uiteraard ook niet wat hij zoekt.

Terwijl Faust gedreven blijft speuren naar “was die Welt im Innersten zusammenhält“ dwaalt Jep Gambardella (de hoofdpersoon in de film) deels geamuseerd, deels verveeld en soms ontroerd van scene naar scene. Hij verkeert in de situatie (welgesteld, 65 jaar oud) dat hij niets meer hoeft te doen waar hij geen zin in heeft. Geweldig natuurlijk, maar wat dan? Jep lijkt er niet erg mee te zitten. Hij heeft het allemaal wel gezien maar zit ook daar niet echt mee.

Prachtige figuren passeren revue. Een kardinaal die tal van kookrecepten wil delen, maar de benen neemt zo gauw hij op spiritualiteit wordt aangesproken. Een oude non die consequent haar weg naar het heilige volgt door met haar laatste krachten een marmeren trap op haar knieën te bedwingen. Een onbegrepen bovenbuurman die tegen wil en dank de boel op zijn geheime manier bij elkaar probeerde te houden. Aangrijpende tevergeefsheid alom en veel aparte schoonheid tussen de menselijke ruïnes en die van Rome met soms een vluchtige ontmoeting van dolende zielen.

En waar ga jij naartoe?

 

Zalvers en kwakzalvers

Op alle mogelijke podia roeren de zalvers zich de laatste tijd tegen de kwaksalvers – van DWDD tot het partijblad van GroenLinks. Wat zit ze toch zo dwars? Voelen ze zich in het nauw gedreven doordat collega specialisten voor de rechter zijn gedaagd wegens wanprestaties, doordat hele afdelingen van ziekenhuizen moesten sluiten omdat de specialisten vechtend over de vloer rolden in plaats van patiënten te genezen, doordat steeds vaker medische missers uitlekken, doordat de discussie over betaalbaarheid versus effectiviteit van behandelmethoden luider wordt (om maar willekeurig wat onderwerpen te noemen)?

Zij zouden gerust trots mogen zijn op wat de medische wetenschap tot nu toe al wel heeft bereikt. Maar de verbetenheid waarmee deze zalvers zich tegen de kwakzalvers proberen af te zetten, doet vermoeden dat er iets wroet, dat zij zich terdege ervan bewust zijn hoe machteloos de geneeskunde in heel veel gevallen nog is – misschien wel in de meeste gevallen. Maar wat de geneeskunde heeft ontdekt en vermag, blijft toch desondanks al spectaculair te noemen!?!

Wel moet er bij alle succesverhalen van de geneeskunde / de medische wetenschap nog een verschil worden gemaakt tussen theorie/onderzoeken aan de ene kant en de dagelijkse praktijk van haar beoefenaars aan de andere kant. Geeft de eerste nog een (soms helaas ook opgeklopte) hoge kans op succes bij bepaalde medicaties/behandelingen, in de praktijk valt het soms toch bitter tegen al is het maar omdat je als patiënt aan de verkeerde kant van de kans op genezing zit.

En dan krijg je die vervelende gevallen van patiënten die na jaren behandeling door hoog dan wel minder hoog gekwalificeerde zalvers met bijvoorbeeld hun migraine, hun aanhoudende napijn na een gordelroos of wat dan ook in hun arren moede bij een mazzelaar van een acupuncturist te rade gaan die wonder boven wonder al na een paar behandelingen met een dijk van een “placebo” scoort. En dan krijg je natuurlijk ook van die verhalen die de ronde doen: “Ik had al veel eerder ….” En daar wordt een zalver kennelijk zo witheet van dat hij in de aanval moet.

Maar het zijn niet alleen boskabouters en kruidenvrouwtjes die op “placebo’s” gokken – ook medische specialisten (neurologen, gynaecologen, tandartsen …) maken gebruik van acupunctuur: omdat het soms zo verdomde goed helpt. En dat is het punt. De geneeskunde helpt soms niet hoewel bewezen is dat ze eigenlijk wel helpt of zou moeten helpen en de acupunctuur helpt soms wel hoewel dat eigenlijk helemaal niet kan. En misschien bevinden zich in de kring van de “Götter in Weiß” ook heel wat mindere goden en zitten er onder de kwakzalvers echte keien van behandelaars.

In plaats van benieuwd ernaar te blijven hoe dat allemaal kan, met een open mind onderzoek te blijven doen en niet ontmoedigd te raken als het de eerste 200 jaar nog niets oplevert, gaan de zalvers tekeer tegen de kwakzalvers. Dat maakt hen verdacht.

Wat telt is toch als de patiënt zegt: “Die behandelaar heeft mij prima geholpen!” Zalver of kwakalver maakt dan toch niet meer uit. Hou dat in een statistiek bij op internet. Koppel daar de vergoedingssystematiek aan. Dat is nog eens een aansporing om goed werk te leveren. Dat zou veel beter zijn dan een BIG-register? Wat zeggen diploma’s en registratieprocedures eigenlijk nog tegen de achtergrond van bekostigingssystematiek en lobbypolitiek? Frits Weijschede (GROENLINKS MAGAZINE / DECEMBER 2013) heeft wel een punt als hij de zeggingskracht van de BIG-registratie relativeert al gaat hij daarin nog lang niet ver genoeg.

Neem de patiënt serieus. Informeer hem/haar volledig over alle opties, risico’s en alternatieven. Doe je best hem/haar beter te maken. En doe niet of je de patiënt in bescherming wilt nemen terwijl je (op de verkeerde manier) voor het hachje van een beroepsgroep aan het knokken bent.

 

Zij hebben het niet geweten

Dries van Agt en andere politici en ambtenaren zouden niet hebben geweten dat als je twee minuten lang met meerdere mitrailleurs (theoretische vuursnelheid toch gauw 1200 kogels p/m) op specifieke compartimenten van een trein schiet de kans groot is dat gijzelnemers die zich daar bevinden doorzeefd worden? – Er moest alleen worden voorkomen dat de gijzelnemers met hun wapens bij de gijzelaars konden komen. Het was niet de bedoeling om hen te doden. – Nee, dat wil je ook niet! Maar wat moet je dan? Zelfs als je twee minuten alleen op beenhoogte schiet zal na 30 seconden amper nog iemand kunnen staan! En je wilt toch ook niet – als je tenminste eerlijk bent tegen jezelf – dat zwaar bewapende gijzelnemers blijven staan of zich nog richting gijzelaars kunnen verplaatsen?

Voor mij was in 1977 aan de hand van de reportages duidelijk hoe dit zat. Ik ben nu dus een beetje verbaasd over de doofpot waarvan de Volkskrant gewag maakt en meent het deksel (ten overvloede) alsnog te moeten lichten. Maar wat ik las, past wel in de context van mijn vorige blog.

Wat is nu echter de bedoeling? Aan de hand van de hypothetisch goede afloop van een fictief alternatief alsnog iemand veroordelen?

Feit is dat wie op het moment zelf helder en transparant wil zijn al gauw een publicatie- of spreekverbod zal worden opgelegd. Elke onaangename waarheid heeft kennelijk zijn tijd nodig om in een doofpot te rijpen alvorens te kunnen worden verwerkt. Soms moet dat 65 jaar duren, in dit geval 35 jaar en in mijn geval maximaal 7 jaar – waarover eind 2019 meer (spannend, niet?).

Wie regelmatig in Arnhem vanuit de stad de John Frostbrug op fietst wordt in elk geval geleerd:

No lie